Een echtscheiding … en hoe ga je dan om met de verschillende spaarpotjes voor later? Er zijn veel manieren om nu te sparen voor later. Het meest gebruikelijk voor mensen in loondienst is uiteraard het pensioen bij een pensioenfonds. Andere varianten kunnen zijn:

  • Lijfrenteverzekering
  • Banksparen
  • Pensioen in eigen beheer (niet meer mogelijk sinds 1 juli 2017)
  • Oudedagsverplichting in een BV
  • Fiscale Oudedags Reserve (FOR) binnen een eenmanszaak

Wat al deze varianten met pensioen gemeen hebben, is dat je als het ware ‘spaart’ van je bruto inkomen. Je stelt hiermee het betalen van de inkomstenbelasting uit naar later. Zodra je met pensioen gaat en geld ontvangt uit bovengenoemde spaarpotjes ga je hierover inkomstenbelasting betalen. Bijkomend voordeel is ook nog dat deze spaarpotjes niet als vermogen meetellen in Box III en je dus bent vrijgesteld van vermogensrendementsheffing hierover.

Maar wat nu als je samen verschillende van deze pensioenvarianten hebt en besluit om te gaan scheiden via een mediator? Daarover gaat deze Blog specifiek.

Scheiding en pensioen in grote lijnen

Grofweg kan je bij een scheiding de diverse pensioenvarianten in de volgende twee categorieën splitsen:

  1. Pensioenen (bij een pensioenfonds of in eigen beheer) enerzijds;
  2. Alle andere varianten (lijfrente, banksparen, oudedagsverplichting en FOR) anderzijds.

Deze beide categorieën worden bij een echtscheiding anders behandeld en verdeeld. De verdeling van het pensioen (1) wordt wettelijke geregeld in de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (Wet VPS). De verdeling van de andere oudedagsvarianten (2) wordt meegenomen bij de huwelijksvermogensverdeling.

Hieronder worden beide verdelingen nader toegelicht. Ook de mogelijkheid om in mediation af te kunnen wijken van de standaardregelingen.

Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding (Wet VPS)

Het te verdelen pensioen is te splitsen in het ouderdomspensioen en het nabestaandenpensioen. Het basispensioen (AOW) hoef je bij scheiding niet te delen met je ex-partner. De wet VPS komt er simpelweg op neer dat alle, tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenen (ouderdoms en nabestaanden), onderling bij helfte worden verdeeld.

Deze verdeling is mogelijk in twee smaken, te weten:

  1. Pensioenverevening: wanneer jouw ex-partner de pensioensleeftijd bereikt, ontvang jij onmiddellijk de helft van zijn/haar pensioenuitkering en omgekeerd. Komt je ex-partner te overlijden, dan vervalt jouw aanspraak op zijn/ haar helft van het pensioen en krijg jezelf weer 100% van je eigen pensioen.
  2. Pensioenconversie: jij ontvangt jouw deel van het pensioen van jouw ex-partner pas als jij zelf de pensioensleeftijd hebt bereikt en omgekeerd. Komt je ex-partner te overlijden, dan verandert hierin niets.

Standaard wordt veelal pensioenverevening toegepast en bij grotere leeftijdsverschillen is pensioenconversie bijvoorbeeld een zinvolle overweging. Bij een scheiding via mediation, kan van de standaardverdeling worden afgeweken.

Pensioenfonds over scheiding informeren

De pensioenuitvoerder (pensioenfonds of verzekeraar) betaalt het ouderdomspensioen uit rechtstreeks aan een ieder uit.

Om het pensioen uit te kunnen betalen, moet het pensioenfonds wel van uw scheiden op de hoogte zijn. Dit kan binnen 2 jaar na scheiden via het “Mededelingsformulier in verband met verdeling van ouderdomspensioen bij scheiding”.

Gebeurt dit te laat, dan vervalt het rechtstreekse recht op uitbetaling door de pensioenuitvoerder aan degene die het pensioen niet zelf heeft opgebouwd. De ex-partner houdt wel recht op een deel van het ouderdomspensioen. De ex-partner die het pensioen heeft opgebouwd, moet dan aan de ander haar of zijn deel uitbetalen.

Pensioen in eigen beheer

Ook de scheidende directeur-grootaandeelhouder (DGA) die zijn pensioen in eigen beheer opbouwt, valt qua verdeling onder de Wet VPS. Dit geldt voor alle ‘eigen beheer’ varianten, dus zowel binnen de werkmaatschappij, de persoonlijke holding als ook binnen een separate pensioen-BV.

Bij pensioen in eigen beheer is de ex-partner, voor zijn of haar deel van het opgebouwde pensioen tijdens het huwelijk, afhankelijk van het voortbestaan van de BV. De BV is hier immers de pensioenuitvoerder. Omdat dit nadelig kan zijn, kan de ex-partner eisen dat het pensioenaandeel extern wordt ondergebracht. Hieraan moet na een scheiding altijd worden meegewerkt, tenzij dit de continuïteit van de BV in gevaar brengt.

Verdeling overige oudedagsvarianten

Overige oudedagsvarianten zijn bijvoorbeeld  de lijfrente, het banksparen, de oudedagsverplichting in een BV of de Fiscale Oudedags Reserve (FOR) binnen een eenmanszaak. Al deze varianten vallen gewoon binnen de huwelijksgemeenschap, zolang er geen sprake is van huwelijkse voorwaarden. Bij gemeenschap van goederen wordt er als het ware een grote optelsom gemaakt van alle vermogensbestanddelen. Een voorbeeld:

  • Overwaarde eigen huis: 90.000 euro
  • Lijfrentes, banksparen en FOR: 60.000 euro
  • Spaartegoeden: 35.000 euro
  • Inboedel en auto: 15.000 euro

Het totale vermogen in de huwelijksgemeenschap lijkt 200.000 euro te zijn. Echter, de lijfrentes, banksparen en FOR is bruto vermogen (er is nog geen inkomstenbelasting over betaald). Terwijl de overige vermogensbestanddelen netto zijn. Om tot een totaaltelling en verdeling te komen, zal het bedrag van 60.000 euro moeten worden verlaagd met de nog te betalen belasting. Dit kan op tenminste drie manieren:

  1. Tegen 30%, zijnde het gemiddelde belastingtarief na pensionering
  2. Tegen 40%, als nu al bekend is dat iemand dusdanig veel pensioen ontvangt, dat hij of zij dan in de hoogste belastingschijf valt.
  3. Tegen het huidige belastingtarief, dus niet dat na pensionering.

Optie 1 komt het meest voor, maar tijdens scheiden via mediation is alles bespreekbaar. In geval van optie 1 wordt de post “lijfrentes, banksparen en FOR” gewaardeerd op 60.000 euro minus 30% belastinglatentie, wordt 42.000 euro. Het totale vermogen komt hiermee uit op 182.000 euro, wat neerkomt op 91.000 per persoon.

Wat is overbedeling?

Normaal gesproken moet er bij een scheiding worden opgepast voor zogenaamde overbedeling. Stel dat er in de huwelijksgemeenschap een totaal vermogen te verdelen is van 300.000 euro en er wordt een afwijkende verdeling afgesproken. De man krijgt bijvoorbeeld 120.000 en de vrouw 180.000. De fiscus zal nu een overbedeling vaststellen van 30.000 euro voor de vrouw. De helft zou immers 150.000 euro zijn de vrouw ontvangt in de praktijk 30.000 meer. Dit wordt fiscaal als een schenking gezien en hierover zal de vrouw dus schenkbelasting moeten betalen.

Geen overbedeling bij afwijkende pensioenverdeling

Tijdens mediation kan er bij de verdeling van het pensioen altijd van de wet VPS worden afgeweken. Zo kan je bijvoorbeeld een andere verdeling (60-40) overeenkomen of helemaal afzien van elkaars pensioen.

Pensioenrechten behoren volgens de wet VPS echter niet tot de huwelijks gemeenschap. Partijen kunnen tijdens mediation dus afwijken van de standaard (50-50) verdeling, zonder dat er daardoor onder- of overbedeling ontstaat.

Wel fiscale consequenties bij compensatie pensioen met overige vermogensbestanddelen

Als partijen een afwijkende verdeling van pensioenrechten compenseren met overbedeling van goederen die tot het gemeenschappelijke vermogen behoren, dan is er sprake van het genieten van belastbare periodieke uitkeringen. In een dergelijke situatie is er dus enerzijds belasting verschuldigd en anderzijds belastingaftrek mogelijk. Hiermee dient rekening te worden gehouden om tot een evenredige vermogensverdeling te komen.

Vragen of hulp nodig?

Voor vragen of ondersteuning bij een scheiding met een complexere pensioensituatie kan een vrijblijvende afspraak worden maken. Mijn primaire werkgebied is Nieuwegein, IJsselstein, Vianen, Houten en Utrecht. Ik werk als mediator en maak graag tijd vrij voor een kennismaking.