Deze serie van twee artikelen gaat over systemisch werken en de drie systemische wetmatigheden. Dit is ook wel bekend onder de naam familieopstellingen. Bij interesse, is het aan te raden om beide artikelen in onderstaande volgorde te lezen:

  1. Achtergrond, de drie systemische wetmatigheden
  2. Systemische werking bij scheiding en samengestelde gezinnen

Dit is het eerste artikel wat dieper in gaat op de achtergrond van systemisch werken. De grondlegger van het systemisch werken is Bert Hellinger. Hij heeft veel ontdekt over de werking van familiesystemen. Hier volgt een samenvatting van de drie systemische wetmatigheden:

  1. Binding, onze behoefte om erbij te horen
  2. Ordening, de natuurlijke volgorde en onze eigen plek daarbinnen
  3. Balans, tussen geven en nemen

Drie systemische wetmatigheden

Hieronder wordt wat dieper ingegaan op elke van de drie systemische wetmatigheden. Hellinger maakt daarbij nog onderscheid naar drie lagen: persoonlijk, het collectief en de ziel. Onderstaand worden de eerste twee lagen van de wetmatigheden toegelicht.

Systemische BindingPersoonlijke laag

Binding gaat over onze behoefte om erbij te horen. Als kind is dit letterlijk van levensbelang. De angst om buitengesloten te worden, kan daarom ook levensbedreigend aanvoelen. Elk mens heeft een feilloos systeem om aan te voelen of we er nog bij horen of niet. Doen we bijvoorbeeld iets wat in het familiesysteem niet wordt gewaardeerd, dan voelen we ons automatisch schuldig. Dit ‘slechte geweten’ zegt overigens niets over de algemene principes van goed en kwaad. Dit is bij schuldgevoel belangrijk om te beseffen! Het is uitsluitend een indicator of je gedrag aansluit bij de normen en waarden in je familiesysteem.

Collectieve laag

Op een nog dieper niveau zorgt het zogenaamde ‘collectief geweten’ ervoor dat het familiesysteem bij elkaar blijft, ook al zegt ons ‘persoonlijk geweten’ dat een familielid iets ‘fout’ heeft gedaan en er niet langer bij hoort, het collectief geweten stopt niet voordat iedereen er weer bij hoort. Een buitengesloten opa, kan tot meerdere generaties later nog voor verstoringen zorgen in het familiesysteem. Kleinkinderen kunnen daarmee ‘verstrikt’ zijn en persoonlijk een onverklaarbare last ervaren.

Persoonlijke laag

Ordening op persoonlijk niveau heeft alles te maken met de vaak ongeschreven en onbewuste sociale regels binnen het familiesysteem. We leren als kind al hoe het ‘hoort’. Veel daarvan is diepgeworteld in de familie van oorsprong en wordt elke generatie doorgegeven. Naast het familiesysteem, spelen hier vaak ook godsdienstige en regionale systemen een rol. Elke religie, elk land en elke streek heeft immers zijn eigen gebruiken. Daarmee worden we van jongs af aan omringt en gevoed. Pas als we langere tijd leven in een andere cultuur, leren we daardoor de ‘eigenaardigheden’ van onze eigen kennen.

Collectieve laag

Op een dieper collectief niveau heeft ordening te maken met een hiërarchie of volgorde binnen het systeem. Wie er eerder is, heeft domweg meer ‘rechten’ binnen het familiesysteem. Nieuwe systemen gaan voor oude, met andere woorden je eigen ‘gestichte’ familie gaat voor je familie van herkomst. De ouder die zorgt voor veiligheid van de familie richting de buitenwereld gaat voor de ouder die zorgt voor veiligheid binnen de familie. Enzovoort.

In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat familieleden, die lager in de ordening staan, zoals bijvoorbeeld kinderen, meer geneigd zijn om de ‘regels’ te volgen. Ouderen zullen en kunnen zich meer vrijheden permitteren. Ook zullen kinderen een natuurlijke neiging hebben om zich op te offeren voor andere familieleden. Een kind voelt feilloos als zijn vader of moeder hulp nodig heeft en gaat dan een oneigenlijke last dragen.

Persoonlijke laag

Het gaat hier op persoonlijk niveau om de balans van geven en nemen. Wanneer ons iets gegeven wordt, ontstaat een soort schuldgevoel. Door iets terug te geven herstelt de balans en verdwijnt dit schuldgevoel. De aard van het geven en nemen hoeft niet hetzelfde te zijn. De één geeft bijvoorbeeld geld, de ander klust of zorgt. Ook het tonen van dankbaarheid kan de balans herstellen. Relaties waarin het geven en nemen zich rijkelijk afwisselt, voelen natuurlijk en goed.

Uitzondering hierop zijn de relaties tussen ouder en kind. Kinderen ontvangen wat ze krijgen van hun ouders en hoeven niet direct een balans te herstellen. Op hun beurt kunnen kinderen later, wanneer ze volwassen zijn, het vele wat ze gekregen hebben, weer doorgeven aan hun kinderen of op andere wijze.

Collectieve laag

Op collectief niveau gaat het om balans in het gehele collectief, oftewel de familie. Dat wil zeggen dat al het onverwerkte zich in de volgende generaties opnieuw aandient. Als bijvoorbeeld een familielid zijn schuld of last niet zelf draagt, gaat iemand anders dat in een latere generatie voor hem/ haar doen.

Dynamieken om op te lossen

Als er binnen een familiesysteem iets niet in harmonie is met de drie wetmatigheden van binding, ordening en balans, dan kan je daar behoorlijk last van hebben. Denk bijvoorbeeld aan de volgende dynamieken:

  • Ik volg jou in je lot (dood, ziekte, mislukking, etc.) of het zal mij niet beter gaan dan jou;
  • De schuld of last van een ander dragen
  • Het familiesysteem willen verlaten (bijvoorbeeld vanuit schuld of schaamte);
  • Niet je eigen plek in kunnen nemen (verwisseling met broers of zussen, tussen je ouders in staan, etc.);
  • Het niet ten volle kunnen nemen van de ouders of jezelf bijvoorbeeld groter voelen;
  • Met iemand of iets geïdentificeerd (verstrikt) zijn, die bijvoorbeeld is buitengesloten.

Een familieopstelling kan bovenstaande dynamieken oplossen. Het Instituut voor Systemische Werken kan ik in deze van harte aanbevelen.

Voor ondersteuning bij een scheiding met kinderen kan een vrijblijvende afspraak worden maken. Ons primaire werkgebied is Nieuwegein, IJsselstein, Vianen, Houten en Utrecht. We maken graag tijd vrij voor een kennismaking.