Verdiencapaciteit en alimentatie – De 10 factoren

Deze uitspraken over alimentatie en verdiencapaciteit hoor ik steeds vaker in mijn praktijk:

  • Waarom moet ik wel 32 uur in de week werken en wordt er bij mijn ex gerekend met 18 uur? Hij kan toch ook meer gaan werken? We hebben immers co-ouderschap.
  • Zij heeft een goedlopende onderneming. Waarom is haar inkomen dan zo laag? Zijn die zakelijke kosten echt nodig?
  • Hij heeft amper inkomen. Moet ik daardoor de komende jaren alles in mijn eentje betalen? Hij kan toch op een andere manier zelf meer gaan verdienen?
  • Zij is ontslagen en heeft een uitkering. Ik mag toch wel verwachten dat ze snel weer een nieuwe baan heeft?

Wat is fictieve verdiencapaciteit?

Het bepalen van kinder- en partneralimentatie lijkt eenvoudig. Toch zie ik meer en meer discussie over de aannames en uitgangspunten. Niet alleen wordt er door cliënten gekeken naar het feitelijk inkomen uit arbeid en vermogen. Steeds vaker ook wordt er gesproken over de zogenaamde ‘fictieve verdiencapaciteit’. Wat zou iemand ‘in theorie’ kunnen verdienen? En waarom mag dat wel of niet van hem of haar worden verwacht?

Wat volgt uit recente jurisprudentie inzake verdiencapaciteit?

Zelf ben ik familie mediator en geen jurist of advocaat. Alle rechtszaken zijn echter via internet beschikbaar. Door eenvoudig te zoeken op ‘verdiencapaciteit’ binnen het rechtsgebied ‘personen en familierecht’, kom je honderden relevante uitspraken tegen. In onderstaande blog vind je een leesbare samenvatting op basis van zo’n 150 rechtszaken. Stuk voor stuk zaken waar de rechter uitspraken doet over verdiencapaciteit.

Ruim 150 rechterlijke uitspraken samengevat

Er zit wel degelijk een vorm van logica in. Juist deze ‘logica’ heb ik geprobeerd in onderstaande blog weer te geven.

Bij het doorlezen van ruim 150 rechtszaken over verdiencapaciteit, vallen mij persoonlijk de volgende vier zaken op:

  1. Allereerst valt me op dat bij veel zaken, die voor de rechtbank verschijnen, er meestal een verstoorde verhouding is tussen beide ouders. Dit is een groot verschil met de stellen die ik mag begeleiden in mijn mediationpraktijk. Rechtszaak en vechtscheiding lijken bijna synoniem.
  2. Ten tweede valt de grote verscheidenheid op. Telkens moet de rechter een hele specifieke situatie beoordelen. Al deze factoren komen terug in een uitgebreide motivatie van de rechtbank. Echt maatwerk dus.
  3. Diegene die zijn motivaties goed onderbouwt en met relevante informatie en antwoorden komt, wordt beloond. Een ander, die dit nalaat en zich soms in vaagheid hult, wordt veel minder snel gevolgd door de rechter. Transparantie loont.
  4. De meeste uitspraken voelen voor mij als objectieve buitenstaander best redelijk in het licht van de specifieke omstandigheden en de aan- of afwezige van informatie. Er zit wel degelijk een vorm van logica in.

De logica van verdiencapaciteit

Juist deze ‘logica’ heb ik geprobeerd in onderstaande blog weer te geven. Gezien de grote hoeveelheid achterliggende informatie, houd ik het per zaak vrij summier. Ik citeer alleen die delen van de uitspraak, die voor mij de rechterlijke ‘logica’ weergeeft. Wil je meer weten over de specifieke context? Dan heb je via de betreffende link, direct toegang tot de complete jurisprudentie. Door deze aanpak, blijft de blog goed leesbaar.

Het wettelijk kader van verdiencapaciteit

verdiencapaciteit - alimentatie
Wettelijk kader van verdiencapaciteit

Alimentatie gaat in zekere zin over wettelijke zorgplicht. Ben je getrouwd of heb je een geregistreerd partnerschap met kinderen? Dan heb je een wettelijke zorgplicht voor elkaar. Heb je kinderen? Dan heb je een wettelijke zorgplicht voor jouw kinderen totdat ze 21 jaar oud zijn. Ben jij zelf ouder dan 21, dan heb je uiteraard de verantwoordelijkheid om in jouw eigen levensonderhoud te voorzien.

Zorgplicht en alimentatie

Bij kinderalimentatie wordt van beide ouders verwacht dat ze binnen hun mogelijkheden maximaal werken, indien dat nodig is om in de behoefte van hun kinderen te voorzien. Bij partneralimentatie geldt min of meer hetzelfde. Beide partners moeten hun verdiencapaciteit maximaal benutten, indien dat nodig is.

Niets doen of minder doen is geen optie

De achterliggende gedachte is simpel. Stel dat alleen het feitelijk inkomen zou tellen. Dan zou iemand kunnen kiezen om gedeeltelijk te stoppen met werken. Daardoor zou hij of zij veel minder alimentatie hoeven te betalen. Andersom geldt dat natuurlijk ook. Iemand die alimentatie ontvangt, kan jarenlang ‘achterover leunen’ en alimentatie blijven ontvangen. Dit kan uiteraard niet de bedoeling zijn. Vandaar dat er bij alimentatie ook rekening wordt gehouden met de fictieve verdiencapaciteit.

Drie wettelijke hoofdregels van verdiencapaciteit – Het vragenschema

Welke expliciete ‘regels’ heeft de rechter bij het bepalen van fictieve verdiencapaciteit? Eigenlijk best weinig.  Er is alleen een vragenschema beschikbaar voor situaties waarbij de onderhoudsplichtige zélf een inkomensdaling heeft veroorzaakt. Denk aan het switchen van baan, ontslag nemen of minder uren gaan werken. Het hiervoor bedoelde vragenschema, bevat de volgende drie vragen:

  1. Kan de onderhoudsplichtige redelijkerwijs het oude inkomen weer verwerven?
  2. Kan dit ook van de onderhoudsplichtige worden gevergd?
  3. Moet het oude inkomen – ondanks dat dit niet herstelbaar is – tóch meetellen voor de alimentatie?

Vraag 1: Kan de onderhoudsplichtige redelijkerwijs het oude inkomen weer verwerven?

Deze vraag gaat in principe over de objectieve omstandigheden. Denk hierbij aan zaken als arbeidsmarkt, leeftijd, werkervaring en opleidingsniveau.

Vraag 2: Kan dit ook van de onderhoudsplichtige worden gevergd?

De tweede vraag is gericht op bijzondere en meer persoonlijke omstandigheden. Denk hierbij aan iemands gezondheid, leef- of gezinssituatie. Er kunnen zich nu twee situaties voordoen:

  1. Is het antwoord op beide vragen positief, dan is het inkomensverlies dus herstelbaar. In dat geval telt het oude inkomen als de verdiencapaciteit en dus als basis voor de alimentatie.
  2. Als het antwoord op één van de twee vragen negatief is, dan is het verlies dus niet herstelbaar. In dat geval belanden we bij vraag drie.

Het is dus echt maatwerk. De rechter heeft hierbij een grote mate van eigen vrijheid om te oordelen.

Vraag 3: Moet het oude inkomen – ondanks dat dit niet herstelbaar is – tóch meetellen voor de alimentatie?

Deze derde vraag gaat eigenlijk over de (mate van) verwijtbaarheid. Waarom handelde de onderhoudsplichtige zoals hij deed? Had hij, naar het oordeel van de rechter, andere keuzes moeten maken in het licht van zijn zorgplicht? Bij de beantwoording van deze vraag spelen alle omstandigheden een rol. Dit is dus echt maatwerk. De rechter heeft hierbij een grote mate van eigen vrijheid om te oordelen.

Het ‘vangnet‘ van bestaansminimum (90% bijstandsnorm)

Stel dat het antwoord op deze derde vraag ja is. Het is duidelijk dat de onderhoudsplichtige nu een fors probleem heeft. Hij kan zijn oude inkomen niet herstellen, maar dat is wel het uitgangspunt voor de alimentatie. Het enige vangnet is de regel dat niemand onder het absolute bestaansminimum mag uitkomen. Hiervoor wordt 90% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm gehanteerd.

Welke 10 factoren bepalen de verdiencapaciteit?

Je hebt ondertussen begrepen dat er maar weinig echte regels zijn voor het bepalen van de verdiencapaciteit. De rechter heeft een hoge mate van vrijheid om deze zelf te bepalen. Hieronder vind je een opsomming van alle factoren, die ik heb gedestilleerd uit circa 150 uitspraken. Dit is dus de ’logica’, die ikzelf op persoonlijke titel heb geformuleerd. Domweg omdat deze factoren veel worden genoemd in de motivaties van de rechtbank over verdiencapaciteit:

  1. De tijd die is verstreken
  2. Geleverde moeite en inspanning
  3. Het opleidingsniveau
  4. Leeftijd en werkervaring
  5. De (arbeids)markt
  6. Gezondheid en persoonlijkheidskenmerken
  7. Leeftijd van de kinderen en zorgverdeling
  8. Aanvullende zorgtaken voor anderen
  9. De rolverdeling tijdens het huwelijk
  10. Het arbeids- en inkomensverleden

1. De tijd die is verstreken

Tijdsduur scheiding via Mediation
De tijd die is verstreken

Er worden diverse uitspraken gedaan waarin het aspect tijd een rol speelt. Het betreft hier de tijd die nodig is om de bakens te verzetten en bijvoorbeeld een passende baan te vinden. Hieronder lees je enkele voorbeelden waar de verstreken tijd expliciet vermeld wordt of afleidbaar is.

Ruimschoots (drie jaren) de tijd gehad om een nieuwe baan te vinden

ECLI:NL:GHARL:2022:6028 – Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: “De vrouw heeft sinds de breuk met de man in 2019 echter ruimschoots de tijd gehad om een betaalde baan te vinden met een inkomen als genoemd. Met haar werkervaring en hoge arbeidsethos moet zij, zeker nu er veel vraag is naar arbeidskrachten, in staat zijn een inkomen dat gelijk is aan het inkomen tijdens het huwelijk te verdienen.”

In dit voorbeeld is er concreet drie jaren verstreken en vindt de rechter dit ruimschoots voldoende tijd om een nieuwe baan te vinden.

Een redelijke termijn (acht maanden) om werk te vinden

ECLI:NL:GHSHE:2022:1922 – Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch: “Gelet op het voorgaande en rekening houdend met een redelijke termijn waarbinnen de vrouw begeleid kan worden en de vrouw geacht kan worden op zoek te gaan naar werk.”
Deze uitspraak is van begin april en hierin wordt expliciet vermeld dat de betreffende vrouw voor 1 december, dus binnen acht maanden, redelijkerwijs werk gevonden moet hebben.

Geruime tijd verstreken (één jaar)

ECLI:NL:RBAMS:2022:3135 – Rechtbank Amsterdam: “De rechtbank overweegt dat er inmiddels een geruime tijd verstreken is en gaat, zoals aangevoerd door de man, er vanuit dat de vrouw op korte termijn weer een soortgelijk inkomen kan genereren.”

De geruime tijd die hier is verstreken, is in dit geval concreet één jaar.

De man die enige tijd (negen maanden) krijgt om een baan te vinden

ECLI:NL:OGEAC:2022:60 – Gerecht in eerste aanleg van Curaçao: “De man is voldoende representatief en ook overigens in staat om een fatsoenlijke baan in de horeca te krijgen. Het gerecht zal hem enige tijd geven om zijn verdiencapaciteit beter te benutten, in de horeca of elders.”

De rechtbank heeft in dit geval expliciet bepaald dat ‘enige tijd’ gelijk staat aan negen maanden.

2. Geleverde moeite en inspanning

Dit betreft de hoeveelheid moeite en inspanning die iemand doet om zijn verdiencapaciteit optimaal te benutten. Hieronder volgen weer kort enkele interessante voorbeelden.

Dat de vrouw heeft nagelaten aan die inspanningsverplichting te voldoen dient in beginsel geheel voor haar risico te komen.

De man die meer had moeten solliciteren dan het UWV hem verplicht

ECLI:NL:PHR:2013:1827 – Hoge Raad: “Tegen die achtergrond dienen de inspanningen van een onderhoudsplichtige dan ook anders te worden beoordeeld dan de inspanningen van een uitkeringsgerechtigde. Terwijl ten aanzien van de laatste vooral dient te worden vastgesteld of hij zich voldoende inzet voor een duurzame terugkeer op de arbeidsmarkt, dient met betrekking tot de onderhoudsplichtige te worden beoordeeld of hij zijn verdiencapaciteit optimaal benut.”

Onderhoudsplicht rechtvaardigt een grote inspanning

Het interessante aan deze uitspraak van de Hoge Raad is dat de rechter een ander oordeel kan vellen, dan bijvoorbeeld een uitkeringsinstantie als het UWV. In dit geval voldeed de man namelijk wel aan de sollicitatieplicht van het UWV. De hoge Raad was echter van mening dat vanuit zijn onderhoudsplicht een grotere inspanning verwacht had mogen worden.

De vrouw die wel voldoende inspanning verrichtte

ECLI:NL:GHDHA:2022:1458 – Gerechtshof Den Haag: “Het hof is daarnaast van oordeel dat de vrouw tot heden voldoende inspanningen heeft verricht om tot een uitbreiding van haar werkzaamheden te komen. Zij heeft hiertoe verschillende pogingen gedaan. Dit blijkt volgens het hof uit de door de vrouw overgelegde sollicitatiebrieven en het feit dat de vrouw sinds de echtscheiding in 2018 tot twee keer toe haar werkzaamheden bij haar huidige werkgever heeft verdubbeld.”

Meerdere factoren komen hier samen

In dit geval heeft de vrouw zich wel voldoende ingespannen. In dit oordeel wegen ook andere factoren mee, zoals haar leeftijd, beperkte opleidingsniveau, de traditionele rolverdeling tijdens het huwelijk en de gezondheid van de vrouw. Zo zie je maar weer, dat alle factoren die hier apart worden beschreven, wel van invloed kunnen zijn op elkaar.

De vrouw die amper solliciteerde

ECLI:NL:GHSHE:2020:2328 – Hof Den Bosch: “Het hof constateert dat de vrouw […] niet of nauwelijks heeft gesolliciteerd. […] Dat de vrouw heeft nagelaten aan die inspanningsverplichting te voldoen dient in beginsel geheel voor haar risico te komen.”

Ze had uit zichzelf in actie moeten komen

Deze vrouw is pas in beweging gekomen, nadat haar ex-partner (vijf jaar later) een rechtszaak heeft aangespannen. Het hof is van mening dat de vrouw uit zichzelf al eerder moeite had moeten doen om een baan te vinden.

3. Het opleidingsniveau

meerderjarige kinderen - Mediation - Scheiding | Soest, Nieuwegein en Utrecht
Het opleidingsniveau

Het opleidingsniveau weegt behoorlijk mee in de zoektocht naar verdiencapaciteit. In geval van een laag opleidingsniveau, wordt vaak teruggegrepen op het minimumloon. Bijgaand weer een paar voorbeelden.

Werken op HBO-niveau of eronder?

ECLI:NL:GHARL:2022:2547 – Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: “Naar het oordeel van het hof heeft de vrouw op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt dat ze niet in staat is werk te verrichten op het niveau en binnen het vakgebied van haar HBO-opleiding.”

Ze wordt geacht werk te vinden wat past bij haar opleiding

In dit geval werkte de vrouw zelfs in een ander, slechter betaald, beroep. Desalniettemin gaat het hof uit van een verdiencapaciteit, die past bij haar opleiding en oude beroep.

Een hoogopgeleide vrouw uit traditioneel rolpatroon

ECLI:NL:GHDHA:2022:609 – Gerechtshof Den Haag: “Nu de vrouw het hof onvoldoende adequaat heeft geïnformeerd over haar huidige inkomsten en over de mogelijkheden die zij heeft om, als hoogopgeleide vrouw, en indien nodig, bij een andere werkgever, meer inkomsten te generen, hetgeen naar het oordeel van het hof voor haar rekening en risico komt”

Ze krijgt meer tijd om passend werk te vinden

Deze vrouw krijgt weliswaar de nodige tijd, mede gelet op hun traditionele rolverdeling tijdens het huwelijk (andere factor). Desondanks wordt van haar verwacht om op korte termijn haar verdiencapaciteit te realiseren.

De hoogopgeleide vrouw die liever modellenwerk doet

ECLI:NL:RBAMS:2022:1347 – Rechtbank Amsterdam: “De rechtbank overweegt als volgt. De vrouw is nog jong, zij is hoog opgeleid en de kinderen zijn schoolgaande kinderen van 7 en bijna 10 jaar oud. Dit betekent, zeker gelet op de financieel penibele situatie waarin partijen zich al geruime tijd bevinden en waarvan de vrouw ook al geruime tijd op de hoogte was, dat van de vrouw verwacht kan worden dat zij alle zeilen bijzet om haar verdiepcapaciteit volledig te benutten.”

Ze moet haar bakens verzetten en meer gaan verdienen

Deze vrouw deed voorheen modellenwerk, waarmee ze relatief weinig verdiende. Ook wordt hier rekening gehouden met andere factoren, zoals haar leeftijd, de leeftijd van hun kinderen en de onderlinge zorgverdeling.

4. Leeftijd en werkervaring

Scheiden en Pensioen via Mediation in Nieuwegein (IJsselstein, Vianen, Houten, Utrecht)
Leeftijd en werkervaring

De leeftijd speelt met name expliciet een rol bij mensen die richting pensioen gaan. Qua werkervaring gaat het soms over het ontbreken van recente werkervaring, bijvoorbeeld omdat iemand lang thuis was voor de kinderen. Ook kan een langdurige eenzijdige werkervaring een factor van betekenis zijn. Bijgaand enkele voorbeelden.

De jonge vrouw uit het vorige voorbeeld

Het eerste voorbeeld is de hiervoor beschreven, waarbij het hof in haar motivatie expliciet vermeldt “De vrouw is nog jong, […]”. Waarschijnlijk wordt van jonge mensen verwacht dat ze nog flexibel genoeg zijn om hun bakens te verzetten.

Geen opleiding en relevant arbeidsverleden, dus minimumloon

ECLI:NL:RBZWB:2022:1972 – Rechtbank Zeeland-West-Brabant: “De rechtbank overweegt dat van opbouw van een relevant arbeidsverleden dan ook geen sprake is geweest.”

Deze vrouw zat tijdens haar huwelijk in een traditioneel rollenpatroon en beschikt niet over een afgeronde opleiding. Rekening houdend met alle genoemde factoren, kent de rechtbank haar een verdiencapaciteit toe, ter hoogte van het minimumloon.

De oudere vrouw (en man), die niet meer fulltime hoeft te werken

ECLI:NL:RBGEL:2022:745 – Rechtbank Gelderland: “De rechtbank ziet geen aanleiding op dit moment met een hogere verdiencapaciteit van de vrouw te rekenen. Daarbij laat zij de duur van het huwelijk, de leeftijd van de vrouw en de inspanningen die de vrouw heeft gedaan om meer uren te werken meewegen. […] De rechtbank is het met de man eens dat waar van de vrouw mede gelet op haar leeftijd niet gevergd wordt dat zij fulltime werkt, dat ook niet zonder meer van de man kan worden gevergd. Partijen zijn immers even oud.”

Een vast contract gaat hier voor op een onzekere toekomst

Het hof is hierbij voor de vrouw uitgegaan van een 22-urige werkweek. Vanwege haar leeftijd mag niet verwacht worden dat ze haar huidige vaste contract opzegt voor een onzekere toekomst.

5. De (arbeids)markt

De arbeidsmarkt wordt weliswaar veel genoemd. Het is echter niet altijd duidelijk hoe dit in het oordeel meeweegt. Zie bijgaande twee zaken.

De ruime arbeidsmarkt voor een specifiek beroep

ECLI:NL:GHAMS:2022:2319 – Gerechtshof Amsterdam: “De door hem aangehaalde sollicitaties zijn met zijn achtergrond, mede gelet op de ruimte op de arbeidsmarkt, onvoldoende.”

Deze man had zelfs op zijn ontslag moeten anticiperen

In dit geval wordt zelfs de man verweten dat hij had kunnen zien aankomen, dat hij zijn baan zou verliezen. Er wordt vervolgens specifiek gekeken naar zijn beroep en zijn mogelijkheden op de arbeidsmarkt.

De arbeidsmarkt zit in algemene zin in de lift

ECLI:NL:GHARL:2018:9993 – Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: “neemt het hof anderzijds in aanmerking dat de vrouw op hbo-niveau is opgeleid, dat de arbeidsmarkt in de lift zit, dat […]”

Meerdere factoren spelen samen een rol

Het betreft hier een algemene verwijzing naar de arbeidsmarkt, aangezien deze vrouw niet aan één specifieke beroepsgroep gebonden is. Ook in deze zaak spelen andere factoren een rol, zoals de traditionele rolverdeling, haar gezondheid, dat de kinderen inmiddels op een leeftijd zijn dat de vrouw niet voortdurend voor hen beschikbaar hoeft te zijn en dat ze zich onvoldoende heeft ingespannen/gesolliciteerd om in eigen onderhoud te voorzien.

6. Gezondheid en persoonlijkheidskenmerken

Ziekte en gezondheid is een aspect wat veelvuldig in uitspraken terugkomt. Het is uiteraard ook een onderwerp wat niet altijd zwart of wit is. Wanneer is iemand nog redelijkerwijs in staat om te kunnen werken en zo ja hoeveel? Bijgaand een aantal recente en relevant uitspraken.

Het hof oordeelt dat de stelplicht en bewijslast van het ontbreken van draagkracht rust op degene die zich op die grond van een op hem rustende onderhoudsverplichting wil bevrijden.

De vrouw die is ziekgemeld

ECLI:NL:RBOBR:2022:2282 – Rechtbank Oost-Brabant: “De rechtbank is het wel met de man eens dat de vrouw meer kan gaan werken, nu [voornaam minderjarige] naar school gaat, maar werkt de vrouw al enige tijd niet vanwege ziekte. Om die reden kan op dit moment niet van haar verwacht worden dat zij zich inspant om een hoger inkomen te verwerven.”

Deze vrouw is ziekgemeld bij haar werkgever. De rechtbank vindt wel dat ze meer kan gaan werken, maar niet zolang ze ziek is.

Geen bewijs van arbeidskundig rapport

ECLI:NL:GHARL:2022:4096 – Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: “Weliswaar is bij de vrouw sprake van psychische problematiek en ontvangt zij daarvoor hulpverlening, maar dat is op zichzelf onvoldoende om aan te nemen dat zij geen arbeids- en verdiencapaciteit heeft.”

De vrouw had met relevante stukken moeten komen

Het hof geeft aan dat de vrouw met relevante stukken had moeten komen, bijvoorbeeld met een verklaring van een arbeidsdeskundige en/of onafhankelijk arts waaruit blijkt dat zij geen mogelijkheden heeft om arbeid te verrichten.

Ook hier ontbreekt een ‘arbeids-ongeschiktheidsverklaring’

ECLI:NL:GHARL:2022:3384 – Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: “Het hof oordeelt dat de stelplicht en bewijslast van het ontbreken van draagkracht rust op degene die zich op die grond van een op hem rustende onderhoudsverplichting wil bevrijden.”

Ook hier is expliciet nagelaten een afkeuringsrapport en/of arbeidsongeschiktheidsverklaring te overleggen.

Zo ziek dat een officieel rapport niet nodig is

ECLI:NL:GHARL:2022:165 – Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: “Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is gebleken dat de vrouw diverse behandelingen (bloedtransfusies, chemokuren) heeft en zal moeten ondergaan in verband met haar ziekte (non-Hodgkin). Dat zij op korte en middellange termijn niet in staat zal zijn geheel of gedeeltelijk in haar eigen levensonderhoud te voorzien, is voldoende aannemelijk.”

In dit geval is het dus zo overduidelijk dat een officieel afkeuringsrapport niet nodig is.

De rol van beperkte sociale en communicatieve vaardigheden

ECLI:NL:GHSHE:2022:142 – Gerechtshof ’s-Hertogenbosch: “Verder acht het hof de -gebleken- beperkte sociale en communicatieve vaardigheden van de man van invloed. Aannemelijk is geworden dat deze al geruime tijd een beperkende rol spelen in het dagelijks leven van de man en ook in zijn carrière. Zij hebben – reeds voor maar ook tijdens het huwelijk – voor de man geleid tot het niet kunnen vinden van werk op het niveau van zijn academische opleiding en tot ontslag uit functies wegens niet goed functioneren. Het hof acht de door de vrouw aan de man toegedichte verdiencapaciteit dan ook niet realistisch.”

Het interessante aan deze uitspraak is dat hier de ‘persoonlijkheidskenmerken’ van de man een rol spelen bij de beoordeling van zijn verdiencapaciteit.

7. Leeftijd van de kinderen en zorgverdeling

Scheiden met kinderen | Mediation Soest, Nieuwegein en Utrecht
Leeftijd van de kinderen en de zorgverdeling

Deze factor komt bijzonder vaak terug in de jurisprudentie over verdiencapaciteit. Er wordt bijvoorbeeld onderscheid gemaakt tussen jonge kinderen (jonger dan vier) en schoolgaande kinderen (basisschool). Ook lijkt het erop dat zodra kinderen eenmaal op de middelbare school zitten, de ouders nog meer geacht worden te kunnen werken. Bijgaand enkele uitspraken met kinderen in de betreffende leeftijdscategorieën.

20 uur werken met een kind onder de vier

ECLI:NL:GHAMS:2022:1366 – Gerechtshof Amsterdam: “Op termijn mag van de vrouw worden verwacht dat zij haar uren (verder) uitbreidt, maar op dit moment, waarop de jongste dochter van de vrouw drie jaar oud is en nog niet naar school gaat, acht het hof het niet redelijk om de vrouw een hogere verdiencapaciteit toe te dichten (en zullen daar bovendien hogere opvangkosten tegenover staan).”
Deze vrouw werkt nu overigens 20 uur in combinatie met de zorg voor haar dochtertje van drie.

24 uur werken met kinderen op de basisschool

ECLI:NL:GHSHE:2022:874 – Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch: “Het hof neemt hierbij in aanmerking dat de vrouw, zoals ook tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep duidelijk is geworden, er bewust voor kiest alleen te werken wanneer de kinderen in het kader van de zorgregeling bij de man verblijven en onder schooltijd van de kinderen. Gelet op het bestaan van een co-ouderschapsregeling waarbij de man fulltime werkt, het feit dat het in de huidige samenleving gebruikelijk is om werk en ouderschap te combineren, en het opleidingsniveau en de werkervaring van de vrouw, kan van de vrouw verwacht worden dat zij haar arbeidsuren verder uitbreidt naar 24 uur per week.”

De kinderen zijn acht en tien jaar oud

De kinderen van deze ouders zijn acht en tien jaar oud (basisschool). De vrouw krijgt van de rechter drie maanden de tijd om haar uren uit te breiden van 18 naar 24 uur.

Het is in de huidige samenleving gebruikelijk om werk en ouderschap te combineren.

24 uur werken met één kind op de basisschool

ECLI:NL:RBNHO:2022:3862 – Rechtbank Noord-Holland: “Hierbij neemt de rechtbank mede in aanmerking dat [de minderjarige] per mei 2022 naar school gaat waardoor de zorg voor [de minderjarige] doordeweeks voor een deel wegvalt en deels bij de man komt te liggen waardoor de vrouw tijd heeft om gedurende 3 hele dagen werkzaam te zijn.”

Het kindje is drie dagen per twee weken bij vader

In dit geval hebben ouders geen co-ouderschap. De vrouw zorgt 11 dagen per twee weken voor hun kindje en de man de overige drie dagen. Het kindje is ten tijde van de uitspraak drie jaar oud en gaat dus in mei naar de basisschool.

Idem, maar nu is 32 uur werken blijkbaar redelijk

ECLI:NL:RBAMS:2022:3135 – Rechtbank Amsterdam: “De rechtbank acht het daarbij redelijk uit te gaan van een dienstverband van 32 uren per week, zodat de vrouw deze uren kan invullen, rekening houdende met de zorg voor de minderjarige. De vrouw heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt waarom het voorgaande niet van haar verwacht zou mogen worden.”

Het kind is acht jaar oud en negen dagen per twee weken bij moeder

Het gaat hier om een kindje van acht jaar oud (basisschool). Ouders hebben de zorg negen om vijf dagen verdeeld bij respectievelijk moeder en vader.

32 uur werken en jongste al op het voortgezet onderwijs

ECLI:NL:GHARL:2022:6210 – Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: “Bovendien heeft zij niet meer de zorg over jonge kinderen, nu [de minderjarige] inmiddels veertien jaar oud is. Dit in combinatie met de grote krapte op de huidige arbeidsmarkt maakt dat het hof het redelijkerwijs haalbaar acht dat de vrouw 32 uur per week werkt voor (ten minste) het minimumloon.”

Het oordeel hangt vaak van meerdere factoren af

Deze tekst is op zich al informatief genoeg. Wat nog wel blijkt, is dat ook hier meerdere factoren meewegen bij de verdiencapaciteit, dus ook de grote krapte op de arbeidsmarkt.

Idem en ditmaal is 30 uur werken redelijk

ECLI:NL:PHR:2021:1053 – Parket bij de Hoge Raad: “Mede gelet op de onweersproken stelling van de man dat de kinderen thans zelfstandiger zijn en minder verzorging door hun moeder behoeven, acht het hof redelijk om aan de vrouw een verdiencapaciteit van 75% van een fulltime dienstverband toe te rekenen.”

De kinderen zijn 14 en 15 jaar oud

De betreffende kinderen zijn hier 14 en 15 jaar oud en wonen bij hun moeder. Fulltime is hier gesteld op 40 uur, waardoor de moeder geacht wordt een verdiencapaciteit te hebben van 30 uur in de week.

8. Aanvullende zorgtaken voor anderen

Naast de zorg voor kinderen, kan er soms ook sprake zijn van zorg voor anderen. In bijgaande zaak (ECLI:NL:GHDHA:2019:2399 – Hof den Haag), wordt hier expliciet rekening mee gehouden: “De huidige echtgenote van de man is op dit moment namelijk ernstig ziek, waardoor de man niet alleen de zorg voor haar, maar ook voor haar kinderen, met wie hij op dit moment in een gezinsverband woont, draagt.”

Wel verwijtbaar en toch niet bestraft

Deze man heeft volgens het hof zelfs verwijtbaar ontslag genomen. Maar door de nieuwe zorgtaken van de man, wordt zijn verwijtbaarheid niet bestraft.

9. De rolverdeling tijdens het huwelijk

money, coin, investment-4867332.jpg
De één zorgt voor het inkomen en de ander voor de kinderen

De factor ‘rolverdeling tijdens het huwelijk’ verwijst doorgaans naar een meer traditionele rolverdeling. Een rolverdeling waarbij één ouder werkt en de andere ouder zorgt. Als dit lange tijd zo was, wordt hiermee rekening gehouden bij de vaststelling van verdiencapaciteit. De volgende zaken zijn interessant.

Meer tijd om werk te vinden na een traditioneel rolpatroon

ECLI:NL:GHDHA:2022:609 – Gerechtshof Den Haag: “Het hof stelt wel vast dat er gedurende het huwelijk sprake was van een rolverdeling aldus dat de vrouw minder werkte dan de man en dat de vrouw met name de zorg voor de kinderen op zich nam. Het hof heeft er begrip voor dat, nu partijen relatief kort uit elkaar zijn, niet direct haar volledige verdiencapaciteit kan realiseren.”

Bewuste keuze versus onderhoudsplicht

ECLI:NL:GHARL:2022:4298 – Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden: “[…] de vrouw stelt zich op het standpunt dat zij er bewust voor heeft gekozen om -naast de zorg voor de drie kinderen die bij haar wonen en het huishouden- niet te werken. De vrouw gaat hiermee voorbij aan haar wettelijke onderhoudsverplichting […]”.
Het hof gaat duidelijk niet mee in een bewuste keuze voor een traditionele zorgtaak voor deze moeder. De kinderen zijn op dit moment overigens al 15 en 20 jaar oud.

10. Arbeids- en inkomensverleden

In dit kader is de volgende zaak (ECLI:NL:GHSHE:2022:1500 – Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch) interessant. Mede ook omdat er zelfs 11 jaar terug in de tijd wordt gekeken naar het inkomen van de betreffende vrouw.

Het hof kijkt naar het inkomen van maar liefst 11 jaar geleden

De rechtbank heeft geoordeeld dat: “de vrouw volstrekt onvoldoende heeft onderbouwd dat zij niet in staat is (geweest) om het inkomen dat zij in het verleden had te behouden en om dit nu te genereren. De rechtbank heeft overwogen dat het inkomen van de vrouw in 2010 € 24.700,- bruto per jaar bedroeg. Geïndexeerd naar 2021 betreft het een inkomen van € 29.521,12 bruto per jaar, waarop de rechtbank de draagkracht van de vrouw heeft gebaseerd.”

In dit geval wordt de vrouw ook verweten dat ze heeft nagelaten om haar inkomensdaling te onderbouwen.

In welke 8 situaties kan er sprake zijn van verdiencapaciteit?

Inmiddels heb je meer zicht gekregen op mogelijke factoren die een rol spelen bij het bepalen van verdiencapaciteit. Het is ook interessant om te kijken naar situaties die veel voorkomen in de jurisprudentie rondom verdiencapaciteit. Ook hier heb ik de meest voorkomende situaties voor jullie samengevat:

  1. Minder uren gaan werken
  2. Een lager inkomen gaan verdienen
  3. Ontslag
  4. Een bijstandsuitkering ontvangen
  5. Meer uren kunnen werken
  6. Hoger inkomen kunnen verwerven
  7. Onenigheid over winst als ondernemer
  8. Interen op vermogen

Op deze manier kun je direct inzoomen op de situatie die wellicht op jullie van toepassing is. Hieronder zal ik achtereenvolgens alle situaties van enkele voorbeelden voorzien.

1. Minder uren gaan werken

In het algemeen zal een rechter in geval van minder werkzame uren al snel oordelen dat dit voor rekening komt van diegene die hiertoe besluit. Tenzij er uiteraard sprake is van bijzonder omstandigheden (zie eerder genoemde factoren). Bijgaand twee voorbeelden.

Vast staat dat de vrouw er zelf voor heeft gekozen om minder te gaan werken. Het hof acht deze keuze in het licht van haar onderhoudsverplichting niet gerechtvaardigd.

De vrouw die minder ging werken

Bij de volgende zaak (ECLI:NL:GHSHE:2021:2305 – Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch) is de vrouw minder uren gaan werken. Het hof zegt hierover het volgende: “De kinderen van partijen zijn veertien en zestien jaar oud en hebben in zijn algemeenheid gesproken niet meer zoveel toezicht nodig dat de vrouw niet fulltime zou kunnen werken, zoals zij overigens voorheen wel deed. De door de vrouw aangevoerde gronden waarom zij niet in staat zou zijn fulltime te werken, acht het hof onvoldoende.”

Een andere vrouw die ook minder is gaan werken

Eenzelfde overweging vinden we in deze zaak (ECLI:NL:GHARL:2022:3932 – Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden): “Vast staat dat de vrouw er zelf voor heeft gekozen om minder te gaan werken dan de 32 uur per week die zij voorheen werkte. Het hof acht deze keuze in het licht van haar onderhoudsverplichting jegens de kinderen en haar verplichting om zoveel mogelijk te voorzien in haar eigen levensonderhoud niet gerechtvaardigd.”

2. Lager inkomen gaan verdienen

Min of meer hetzelfde geldt ook voor een achteruitgang in inkomen. Als iemand daarvoor kiest, komt ook dit meestal voor zijn of haar eigen rekening. Soms is dit echter niet zo zwart-wit. Wederom enkele voorbeelden.

De man die in loondienst ging

Deze man heeft ervoor gekozen om zijn bedrijf te beëindigen en in loondienst te gaan. Het Hof Arnhem – Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2020:7212) oordeelt als volgt: “Nu de man op het moment dat hij de keuze maakte om in loondienst te gaan werken een alimentatieplicht naar de kinderen op zich had genomen, vindt het hof dit inkomensverlies verwijtbaar; de man had zich tegenover de kinderen als onderhoudsgerechtigden moeten onthouden van de gedraging die tot het inkomensverlies heeft geleid.”

De man die van bedrijf wisselde

Deze man had een taxibedrijf en wenst nu een rijschool te beginnen. Hij heeft een lesauto gekocht en heeft het benodigde diploma behaald om rij-instructeur te kunnen worden. Met zijn taxibedrijf behaalde de man volgens de vrouw in de afgelopen drie jaar een gemiddeld winst van € 9.174,- per jaar. De Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2022:2852) is van oordeel dat het niet onredelijk is van de man te verwachten dat hij daarnaast (hij heeft ook een betaalde PGB van 20 uur) een inkomen genereert van ten minste het minimum loon voor de resterende 20 uur in de week, zijnde bruto € 11.400,-.

De man die een onderneming is gestart

Deze man was altijd in loondienst en is net een eigen onderneming gestart, waardoor hij minder verdient. De Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2022:1017) oordeelt hierover als volgt: “De keuze voor het zelfstandig ondernemerschap is gerechtvaardigd. Niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan de man er niet op had mogen vertrouwen dat hij voldoende inkomen zou kunnen genereren uit zijn onderneming. Dat de resultaten iets tegenvallen ten opzichte van het inkomen dat hij in 2017 genereerde, is jammer maar niet verwijtbaar.” Een aspect wat de rechtbank hierin meeweegt is het feit dat de onderneming in de eerste drie kwartalen groei laat zien. De gemiddelde winst is weliswaar nog lager dan zijn oude salaris. Toch wordt er hier uitgegaan van deze lagere winst en niet van het hogere salaris daarvoor.

3. Ontslag

Bij ontslag wordt altijd gekeken naar de mate van verwijtbaarheid. Hieronder volgen enkele voorbeelden.

De man die werd ontslagen

Deze man is ontslagen omdat hij op zijn werk een paar accu’s heeft gestolen. Als snel vindt hij nieuw werk, maar wel tegen een lager salaris. Hierbij is het niet aannemelijk dat hij ooit weer een baan vindt, waarbij hij zijn oude salaris zal verdienen. Het Hof van Arnhem (ECLI:NL:GHARL:2017:8541) is van oordeel dat: “voornoemd handelen aan de man kan worden verweten, dat het daardoor ontstane inkomensverlies aan hem kan worden toegerekend en dat de gevolgen daarvan voor zijn rekening dienen te komen.” Zijn oude hogere inkomen wordt vastgesteld als verdiencapaciteit. Dit kan alleen verlaagd worden als blijkt dat de man hierdoor onder 90% van zijn bijstandsniveau uitkomt.

De man die had moeten anticiperen op zijn ontslag

Het hof is van mening dat hij, gelet op zijn onderhoudsverplichting, al heel snel een vergelijkbare baan had moeten vinden.

De betreffende man had volgens het Hof van Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2022:2319) kunnen zien aankomen dat hij zijn baan zou gaan verliezen: “Hij wist al lange tijd dat zijn werk bij de tandartsenpraktijk onzeker was, gelet op de spanningen van de echtscheiding, de verkoop van een groot deel van de praktijk en de korte duur van het contract bij Dental Clinics.” Het hof is van mening dat hij, gelet op zijn onderhoudsverplichting, al heel snel een vergelijkbare baan had moeten vinden. Zijn verdiencapaciteit wordt dus gesteld op het oude salaris.

Transitievergoeding als aanvulling op het nieuwe lagere inkomen

In deze zaak heeft de man een vaststellingsovereenkomst met transitievergoeding getekend bij zijn oude werkgever. Een half jaar later heeft hij een nieuwe baan gevonden met een aanzienlijk lager salaris. Het Hof van Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2022:1246) oordeelt dat: “van de man kan worden gevergd dat het bedrag dat uit de transitievergoeding nog resteert, dient te worden aangewend om zijn lagere inkomen bij zijn huidige werkgever aan te vullen tot het bedrag zoals de man gewoon was te verdienen bij zijn vorige werkgever.” Zodra deze transitievergoeding op is, wordt zijn nieuwe inkomen leidend.

WW-uitkering aanvullen met vertrekvergoeding

Het gaat hier om een vrouw wiens dienstverband is beëindigd. Zij heeft hierdoor recht op een WW-uitkering en gaat fors in inkomen achteruit. De Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2022:1623) oordeelt hierover als volgt: “De rechtbank gaat er vanuit dat de vrouw met haar achtergrond in staat is op relatief korte termijn weer werk te kunnen vinden. Daarbij acht de rechtbank het redelijk uit te gaan van een verdiencapaciteit van de vrouw die in het midden ligt van haar oude inkomen en de WW-uitkering […]. De vrouw kan […] haar WW-uitkering aanvullen met de door haar ontvangen vertrekvergoeding voor de maanden dat zij nog niet over werk beschikt.”

4. Een bijstandsuitkering ontvangen

Scheiden financieel - mediation - Soest, Utrecht en Nieuwegein
Een bijstandsuitkering ontvangen

De man die in de bijstand kwam

Deze man had een slecht lopend eigen bedrijf. Nadat hij hiermee is gestopt, leeft hij een tijdlang van zijn spaargeld. Zodra dit op is, vraagt hij een bijstandsuitkering aan. Zijn ex-vrouw is van mening dat de man gewoon kan werken. Zelf geeft hij aan last te hebben van zijn rug en moeite te hebben met de omgang met collega’s. Het Hof in Den Bosch (ECLI:NL:GHSHE:2020:2874) oordeelt: “Er zijn genoeg banen te vinden waar het werken met collega’s niet of nauwelijks aan de orde is. Dit maakt dat het hof voor de bepaling van de draagkracht van de man uit zal gaan van een fictief inkomen ter hoogte van het minimumloon en niet van het daadwerkelijke inkomen dat de man geniet als uitkering op grond van de Participatiewet.”

De vrouw die jarenlang in de bijstand zat

Deze vrouw ontvangt al jarenlang een bijstandsuitkering. Zelf geeft ze aan dat ze een chronische beperking heeft en verricht nu vier uur per week vrijwilligerswerk. Het Hof in Den Bosch (ECLI:NL:GHSHE:2022:1579) oordeelt: “De enkele stelling van de vrouw dat zij al jarenlang een bijstandsuitkering ontvangt is in dit verband niet voldoende. Ook van een ouder die een bijstandsuitkering ontvangt mag in beginsel worden verwacht zich in te spannen om eigen inkomsten te genereren.” Deze vrouw heeft onvoldoende onderbouwd waarom ze niet zou kunnen werken en ook dat ze voldoende moeite heeft gedaan om werk te vinden.

5. Meer uren kunnen werken?

Dit is een veel voorkomende situatie. Wanneer is het redelijk om meer uren te gaan werken? Bijgaande voorbeelden geven een indicatie hiervan.

De vrouw die meer uren zou kunnen werken

In de huidige samenleving is het gebruikelijk om werk en ouderschap te combineren, aldus het Hof in Den Bosch

Deze vrouw werkt al tien jaar lang twee dagen per week als apothekersassistente. Inmiddels zijn partijen gescheiden en is de man van mening dan zijn ex-vrouw best wel vier dagen in de week zou kunnen werken. Het Hof in Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2017:3711) gaat hier tussenin zitten en: “acht het redelijk uit te gaan van een verdiencapaciteit van de vrouw van drie dagen per week. Vaststaat dat bij de vrouw zelf geen beperkende factoren in de zin van gezondheid of opleiding aanwezig zijn om meer uren te gaan werken. Voorts acht het hof een dienstverband van drie dagen per week, eventueel deels ook buiten schooltijd, niet zodanig omvangrijk en belastend dat de minderjarigen daarvan nadeel zouden ondervinden.”

Een andere vrouw die ook meer kan werken

Het gaat hier om een vrouw die 16 uur in de week werkt. Ze heeft geen fysieke of psychische problemen, die maken dat zij niet meer uren zou kunnen werken. Bovendien heeft zij niet meer de zorg over jonge kinderen, nu haar jongste kind inmiddels veertien jaar oud is. Het Hof in Arnhem (ECLI:NL:GHARL:2022:6210) concludeert daarom “Dit in combinatie met de grote krapte op de huidige arbeidsmarkt maakt dat het hof het redelijkerwijs haalbaar acht dat de vrouw 32 uur per week werkt voor (ten minste) het minimumloon.”

Een draagkrachtoverschot

Het hof gaat dus uit van een fictief inkomen van de vrouw, hoewel hier in het kader van kinderalimentatie terughoudend mee moet worden omgegaan. Eén van de redenen hiervoor is dat in het kader van kinderalimentatie een draagkrachtoverschot is.

De vrouw die bewust kiest om thuis te zijn voor haar kinderen

Deze vrouw werkt 18 uur in de week in een baan die past bij haar mogelijkheden. Ze kiest er bewust voor om alleen te werken wanneer de kinderen bij hun vader zijn of onder schooltijd. Beide ouders hebben co-ouderschap over hun kinderen van 8 en 11 jaar oud. De man werkt zelf fulltime. Het Hof in Den Bosch (ECLI:NL:GHSHE:2022:874) is van mening dat: “het in de huidige samenleving gebruikelijk is om werk en ouderschap te combineren” Daarom mag van de vrouw verwacht worden, gezien haar opleidingsniveau en werkervaring , dat zij haar arbeidsuren verder uitbreidt naar 24 uur per week. Ze krijgt drie maanden de tijd om dit te realiseren.

6. Hoger inkomen kunnen verwerven?

Een hoger inkomen verwerven ligt vaak al genuanceerder, dan de discussie over het aantal uren. Wat is hier redelijk? Wanneer mag je van iemand verwachten dat hij of zijn de bakens verzet?

De vrouw die als kapster naar België ging en minder verdiende dan ze dacht

Deze vrouw heeft ervoor gekozen om als kapster naar België te gaan. Haar financiële situatie zou daardoor rooskleuriger zijn. Kijkend naar de huidige financiële positie van de vrouw, blijkt zij deze verwachtingen niet waar te maken. De Rechtbank Limburg (ECLI:NL:RBLIM:2022:4138) neemt in aanmerking dat: “hoewel het de vrouw (in beginsel) vrij staat om als kapster aan de slag te gaan en met een minimaal inkomen genoegen te nemen, zij de financiële gevolgen daarvan niet (volledig) mag afschuiven op de man. Dit geldt te meer nu naast de man ook zij onderhoudsplichtig is tegenover [minderjarige 1] en zij zich daardoor binnen de grenzen van wat redelijk is dient in te spannen om een bijdrage te leveren in zijn kosten.” Puur omdat deze vrouw net bevallen is en dus de zorg heeft over een pasgeboren baby, wordt haar nu geen hogere verdiencapaciteit toegekend.

De ZZP-er die even in loondienst ging en meer verdiende

Deze man was altijd ZZP-er en is in loondienst gegaan met de intentie om zijn onderneming over te dragen. Het bleek echter voor zijn werkgever financieel niet haalbaar om de man in loondienst te houden. Om die reden hebben zij na drie maanden de keuze gemaakt om ieder weer hun eigen weg te gaan. De man is dus wederom ZZP-er geworden. Het Hof in Den Bosch (ECLI:NL:GHSHE:2022:1829) oordeelt echter dat het de keuze van de man is om: “weer (enkel) als zelfstandige werkzaam te zijn, ondanks dat hij in loondienst een hoger inkomen heeft kunnen genereren. Niet gebleken is dat van de man niet kan worden verwacht dat hij opnieuw (deels) inkomen uit loondienst gaat verwerven bij een andere werkgever.” De rechtbank stelt derhalve een fictief inkomen vast, waarbij rekening wordt gehouden met zowel zijn inkomen als ZZP-er en ook dat in loondienst.

De man die zijn bakens moet verzetten

Indien het de man niet lukt dit inkomen te verdienen met zijn website, dan dient hij de bakens te verzetten.

Volgens deze man bedroeg de winst uit zijn onderneming € 18.000 per jaar. Deze onderneming heeft de man echter verkocht. Nu heeft de man alleen nog maar één onderneming, gebaseerd op een website, die nog geen winst maakt. De Rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2022:1656) stelt zijn verdiencapaciteit echter vast op € 40.000 per jaar en oordeelt dat de man: “gelet op zijn leeftijd en gezondheidstoestand, in staat moet worden geacht om dit inkomen te verdienen. Daar komt bij dat de man ervaring heeft met het repareren van auto’s en hij meerdere functies heeft bekleed in die branche. Daarnaast is niet gebleken dat van de man niet kan worden verwacht dat hij fulltime werkt. Indien het de man niet lukt dit inkomen te verdienen met zijn website, dan dient hij de bakens te verzetten.”

De man die een baan moet accepteren waar niet zijn voorkeur naar uitgaat

Deze meneer is inmiddels drie jaar werkloos. Hij werkte altijd in een technische functie. Het lukt hem echter niet om een dergelijke nieuwe baan te vinden. Het Gerecht in Curaçao (ECLI:NL:OGEAC:2022:60) oordeelt dat de man: “gegeven zijn dringende onderhoudsverplichting jegens zijn kinderen, niet al te veel heeft te kiezen en mag van hem worden verwacht dat hij elders zijn heil zoekt zolang hij niet een functie heeft waarnaar zijn voorkeur uitgaat. Er zijn geschikte banen voor de man genoeg, bijvoorbeeld in de horeca. De man is voldoende representatief en ook overigens in staat om een fatsoenlijke baan in de horeca te krijgen.”

De vrouw die zes jaar lang niet kon werken

Deze vrouw stelt dat zij niet in haar behoefte kan voorzien. Zij kan al zes jaren om diverse redenen niet deelnemen aan het arbeidsproces. Ook stelt zij dat zij zich heeft ingespannen om een betaalde baan te vinden. Dit is haar zes jaar lang niet gelukt. Tenslotte is het volgens haar onmogelijk om een baan te combineren met de fulltime zorg voor de kinderen, mede gelet op haar psychische beperkingen en het hiaat op haar CV. Het Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2022:93) oordeelt echter dat: “niet blijkt dat de vrouw zich nadien heeft ingespannen om een soortgelijke functie te verwerven, hetgeen wel van haar mag worden verlangd gelet op haar opleidingsniveau en de functies die zij bekleed heeft. Naar het oordeel van het hof mag van de vrouw worden verwacht dat zij haar verdiencapaciteit volledig benut en dat die verdiencapaciteit ten minste € 37.000,- per jaar is.”

7. Onenigheid over winst als ondernemer

Scheiden via Mediation | Mediator Utrecht
Hoeveel winst maakt de onderneming?

Bij ondernemers is het vaak zo dat de ondernemer een zekere mate van invloed heeft op zijn eigen verdienste. Dit kan al snel aanleiding zijn voor discussies.

Naast het salaris is ook de winst van belang

De Hoge Raad heeft op 6 juni 2014 (NL:HR:2014:1335) een heldere uitspraak gedaan. Bij het bepalen van het inkomen gaat het volgens de Hoge Raad niet alleen om het salaris maar ook om de inkomsten die de DGA redelijkerwijs kan verwerven. Daarom dient er volgens de Hoge Raad ook rekening gehouden te worden met de winst van de B.V.

Ondernemersbelang versus belang van de alimentatiegerechtigde

Het gaat hier om een afweging tussen het ondernemersbelang en het belang van de alimentatiegerechtigden. Het kan niet zo zijn dat de onderneming ten onder gaat aan te zware persoonlijke financiële verplichtingen van de DGA. Anderzijds mag deze niet zijn inkomen drukken terwijl de BV de ruimte heeft om hem meer uit te betalen.

De ondernemer die een nieuwe Volvo gaat rijden ten koste van de winst

De vrouw van deze ondernemer heeft bezwaar gemaakt tegen de opgevoerde kosten van de ‘aanschaf’ van een nieuwe Volvo. Met de aanschaf van de auto is een investering gemoeid van ruim 40.000 euro. De ondernemer heeft verklaard dat hij de auto in vijf jaren ten laste van het resultaat afschrijft. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2022:2994) stelt voorop dat: “de alimentatierechter terughoudendheid dient te betrachten indien hij een jaarrekening, die conform de beginselen van goed koopmansgebruik is opgesteld, wenst te corrigeren om de draagkracht van de ondernemer te verhogen. […] Welke investeringen worden gedaan en de keuze om in dit geval een auto aan te schaffen is in beginsel een ondernemerskeuze, die slechts marginaal beoordeeld dient te worden.” In dit geval achtte het hof de aanschaf van de nieuwe auto als heel redelijk.

Het is in beginsel aan de ondernemer voorbehouden of het noodzakelijk is dat er in de onderneming moet worden geïnvesteerd.

De tandarts die zijn apparatuur moet vervangen

Deze tandarts stelt dat de apparatuur van zijn tandartspraktijk versleten is en moet worden vervangen. Hij beschikt niet over een vervangingsreserve. Het Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2022:609) oordeelt: “Het is in beginsel aan de ondernemer voorbehouden of het noodzakelijk is dat er in de onderneming moet worden geïnvesteerd. De rechter kan het investeringsbeleid slechts marginaal toetsen.” Ter zitting is gebleken dat de man de nieuwe apparatuur zal leasen en dat daarmee een bedrag verschuldigd is van € 2.000 per maand, dus € 24.000 per jaar. Deze leasebedragen mogen ten laste van het resultaat worden gebracht.

8 Interen op vermogen

Bij de alimentatieberekening wordt altijd rekening gehouden met het feitelijk rendement vermogen. Soms ook is de rechter van mening dat verwacht mag worden dat iemand inteert op dit vermogen. Wederom twee recente voorbeelden.

De vrouw zonder verdiencapaciteit maar met vermogen

Deze vrouw heeft een eetstoornis en is in afwachting van opname in een kliniek. Het is daardoor voor de rechter duidelijk dat ze zelf geen verdiencapaciteit heeft. Wel hebben ex-partners beiden een bedrag van circa 99.000 euro overgehouden van de verkoop van hun woning in Engeland. De Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2022:4633) oordeelt hierover als volgt: “Gezien de hoogte van dit bedrag en het feit dat de vrouw aanspraak kan maken op pensioenverevening, zodat zij dit bedrag niet (geheel) hoeft aan te wenden als oudedagsvoorziening, gaat de rechtbank er vanuit dat de vrouw maandelijks een klein deel op kan nemen om van te leven.” De rechtbank acht het redelijk hierbij uit te gaan van 500 euro netto per maand.

De rijschoolhouder die in Coronatijd minder winst maakte

Tijdens corona heeft deze rijschoolhouder een aantal maanden geen rijles kunnen geven. Hierdoor is zijn winst in 2020 gedaald. Aangezien dit slechts een tijdelijk winstdaling betreft, gaat het Gerechtshof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2022:395) uit van een verdiencapaciteit ter hoogte van het voorgaande jaar. Vervolgens de volgende uitspraak gedaan over het interen op vermogen: “Daarbij neemt het hof ook in aanmerking dat de man in maart 2021 een bedrag van ongeveer 126.000 euro van de vrouw heeft ontvangen in het kader van de verdeling vanwege de overwaarde van de echtelijke woning. Ook daaruit kan hij een inkomen behalen en desnoods kan van hem worden verwacht dat hij ten behoeve van [minderjarige] inteert op dit vermogen.”

Hoe samen om te gaan met verdiencapaciteit?

Samen in mediation over verdiencapaciteit

Uit de vele rechtszaken mag geconcludeerd worden dat het thema ‘verdiencapaciteit’ een beladen onderwerp is. Kom je hier samen niet uit? Dan beland je al snel in een gecompliceerd en langdurig juridisch geschil. Jullie laten de oplossing in feite aan de rechter over. Vaak gaat dit ook nog eens gepaard met een verslechtering van jullie relatie als ouders. Maar hoe kan dit anders?

Verdiencapaciteit in mediation

In mijn praktijk zijn er regelmatig discussies over verdiencapaciteit. Soms hebben mensen ook even ge-‘Googled’ op het internet. We gaan dan samen op zoek naar:

  1. de feiten en factoren, die een rol spelen in jullie specifieke situatie;
  2. de emoties en achterliggende ‘verhalen’ waar wellicht nog lading op zit;
  3. en pas als derde stap komen jullie samen tot een eigen passende oplossing.

De oplossing die hieruit volgt, zal in elk geval voor beide partners logisch en eerlijk aanvoelen. Om dit te bereiken is het van belang om beiden geen vast standpunt in te nemen. Een dergelijk vast standpunt zou bijvoorbeeld kunnen zijn: “ik vind dat jij moet interen op jouw vermogen” of “ik werk 28 uur, dus dat ga jij ook maar doen”.

Van standpunten naar achterliggende belangen

Zodra iemand zich ingraaft in een vast standpunt, stokt meestal de verbinding en het open gesprek. Het roept meestal een felle tegenreactie op. Liever gaan we in mediation samen op zoek naar de ‘belangen’ achter elk standpunt. Wat maakt het voor jou persoonlijk zo belangrijk, dat je aan dit standpunt blijft vasthouden? Vaak komen er dan ander zaken bovendrijven en ben je weer in gesprek. Dit vraagt wel om openheid en vertrouwen.

Kies voor mediation en blijf samen aan het roer staan

Vanuit mijn gekleurde bril als mediator, pleit ik er uiteraard voor om samen in gesprek te gaan over een mogelijke verdiencapaciteit. Maar uiteraard ook over alle andere zaken waar discussie over kan bestaan. Wellicht komen jullie erachter dat er meer achter de praktische vraagstukken schuilt, dan jullie dachten? Misschien vergroot dit het wederzijds begrip en vertrouwen? In elk geval blijven jullie zelf aan het roer staan van jullie eigen leven. En laten jullie niet een volstrekte buitenstaander (lees een rechter) bepalen wat de oplossing wordt. Dit is vaak een kostbaar en langdurig proces, waarbij jullie de regie aan een derde uit handen geven.

Kom langs voor een vrijblijvend adviesgesprek​

Bij Samen Uiteen bieden we een vrijblijvend (gratis) adviesgesprek aan van 45 minuten. Zo’n advies gesprek kan tenminste drie kanten uitgaan. Jullie bepalen zelf de inhoud en richting van het gesprek. Hieronder lees je meer over de drie mogelijkheden.

Wij zoeken Relatiecoaching

Relatiecoaching op basis van EFT past goed als:

  • jullie beiden commitment hebben voor verbetering.
Dit traject geeft jullie

Praktische handvatten en nieuwe inzichten richting veilige hechting en verbinding. Jullie relatie wordt sterker én leuker!

Wij zoeken Verheldering

Verhelderende gesprekken zijn geschikt als:

  • er sprake is van sterke twijfel en onduidelijkheid.
Dit traject geeft jullie

De mogelijkheden om samen de knoop te ontwarren. Na afloop hebben jullie meer zicht op de toekomst, samen óf uiteen.

Wij zoeken Scheidingsmediation

Scheidingsmediation past bij de situatie dat:

  • tenminste één van jullie echt wil scheiden.
Dit traject geeft jullie

Een helder inzicht over het stappenplan, de tijdsduur en kosten van jullie complete scheidingstraject.

Wij willen advies over onze relatie/scheiding
Plan direct een gratis advies-gesprek

Gerelateerde blogs

Van plan om te scheiden? Of ben je al gescheiden en wil je weer met iemand gaan samenwonen? In beide gevallen zal dit gevolgen hebben voor wie je fisc...

Ook bij co-ouderschap kan er sprake zijn van kinderalimentatie of het gezamenlijke dragen van de kinderkosten.Kinderalimentatie in drie simpele stappe...

Bij co-ouderschap zijn in elk geval de volgende vijf belastingvoordelen van belang: Kinderbijslag Kind Gebonden Budget (KGB) Inkomensafhankelijke Comb...

Waarschijnlijk weet je weinig over jouw eigen pensioen. Ben je echter van plan om te gaan scheiden? Dan moeten jullie ineens samen afspraken maken, oo...

Een kind wordt met 18 jaar voor de wet volwassen. Jullie kind kan dan alles zonder toestemming doen. Denk aan het kopen van een huis of het afsluiten ...

Deze blog gaat specifiek over de mix van verschillende oudedagsvoorzieningen. Er zijn veel manieren om nu te sparen voor later. Het meest gebruikelijk...

Een echtscheidingsconvenant bevat alle afspraken rondom de scheiding. Dit met uitzondering van afspraken over eventuele minderjarige kinderen. Deze af...

Over de auteur

Gerwin Timmerman

Gerwin Timmerman

VESTIGING SOEST

Ik ben mediator sinds 2010 en de oprichter van Samen Uiteen. Inmiddels combineer ik mediation met EFT relatietherapie. Hieruit haal ik veel voldoening. Met name word ik blij van persoonlijke groei, herstel van relaties en verbetering van communicatie. Ouders die er samen weer sterker voor staan en een veilige basis vormen voor hun kinderen. Voor mij is het heel belangrijk dat ik zelf ervaring heb met persoonlijke ontwikkeling, relaties, ouderschap, scheiden, samengestelde gezinnen en omgang met ex-partners. Daarnaast ben ik ook financieel, fiscaal en juridisch goed onderlegd als ondernemer en bedrijfskundige.

VOLG MIJ OP: LinkedIn Facebook

LEER MIJ KENNEN

Onze vier beloftes

JE STAAT ER NIET ALLEEN VOOR

WIJ BIEDEN JULLIE VOLLEDIGE SUPPORT

OPENHEID IN EEN VEILIGE SFEER

ALS STERKERE PERSONEN EEN NIEUWE TOEKOMST IN