Ook bij co-ouderschap kan er sprake zijn van kinderalimentatie. Kinderalimentatie wordt in drie eenvoudige stappen bepaald:

  1. Bepalen van de financiële behoefte van de kinderen, oftewel hoeveel hebben de kinderen nodig?
  2. Berekenen van de draagkracht van de ouders, oftewel hoeveel kunnen de ouders betalen?
  3. Bepalen van de kinderalimentatie, oftewel hoeveel moeten beide ouders – gelet op hun draagkracht – naar rato bijdragen aan de kosten van de kinderen?

Ad. 1 Kinderbehoefte bepalen

Netto gezinsinkomen voor de scheiding

Allereerst wordt gekeken welke financiële ‘behoefte’ kinderen hebben. De kinderbehoefte wordt tegenwoordig bepaald door het jaarlijkse netto inkomen van vader en moeder op te tellen, zoals dat was vóór de scheiding. Uitgangspunt is immers dat de kinderen er door de scheiding niet op achteruitgaan.

NIBUD tabel kinderbehoefte

Dit zogenaamde netto gezinsinkomen wordt vervolgens vergeleken met een tabel met vastgestelde normbedragen voor de kinderbehoefte (NIBUD). De gedachte hierbij is: hoe hoger het gezinsinkomen, hoe meer geld er aan de kinderen wordt besteed. Verder wordt er in de tabel ook rekening gehouden met de leeftijd van de kinderen en de hoeveelheid kinderen. Tenslotte is in de tabel de te ontvangen kinderbijslag al afgetrokken. Het resultaat uit de tabel is dus de noodzakelijke extra kosten van de kinderen bovenop de kinderbijslag. Dit wordt officieel de kinderbehoefte genoemd.

Een voorbeeld

Vader verdient voor de scheiding 2.400 euro netto en moeder 1.600 euro. Het netto gezinsinkomen is dus 4.000 euro. Ze hebben samen twee kinderen, 4 en 7 jaar oud. Uit de NIBUD tabel van 2016 volgt dan een kinderbehoefte van 930 euro, exclusief de kinderbijslag.

Ad 2. Draagkracht berekenen

Draagkrachtloos inkomen

Bij de draagkrachtberekening wordt er gekeken hoeveel geld elke ouder überhaupt beschikbaar heeft voor de kinderen. Let wel, dit wordt berekend op basis van de situatie ná de scheiding en hierbij wordt het toekomstige Kind Gebonden Budget (KGB) van elke ouder meegeteld bij het feitelijke inkomen (uitspraak van de Hoge Raad van 9 oktober 2015). Bij deze berekening wordt eerst het zogenaamde draagkrachtloos inkomen bepaald. Dit is gebaseerd op de bijstandsnorm (rekening houdend met bepaalde vaste lasten) en zou dus net voldoende moeten zijn om zelf te ‘overleven’.

Draagkracht

Het verschil tussen het feitelijke inkomen na de scheiding en het draagkrachtloos inkomen, levert de zogenaamde draagkrachtruimte op. Van deze draagkrachtruimte is 70% beschikbaar voor kinderalimentatie en 30% voor de ouder zelf. Deze 70% wordt de draagkracht genoemd.

Een voorbeeld

Vader heeft na de scheiding een inkomen van 2.600 euro netto (inclusief KGB). Het draagkrachtloos inkomen is 1.600 euro. Dit heeft hij minimaal nodig om zelf rond te kunnen komen. Er blijft 1.000 euro draagkrachtruimte over, waarvan 70% voor de kinderen beschikbaar is. Zijn draagkracht voor kinderalimentatie is dus 700 euro.

Ad. 3 Kinderalimentatie bepalen

Als de draagkracht bekend is, kan worden berekend wat beide ouders naar rato van draagkracht dienen mee te betalen aan de kosten voor de kinderen. Vervolgens wordt de zogenaamde ‘zorgkorting’ toegepast. Gemakshalve wordt er in onderstaand voorbeeld vanuit gegaan dat er samen voldoende draagkracht is voor de kinderen.

Voorbeeld naar rato van draagkracht

De kinderbehoefte (stap 1) is 930 euro. Vader heeft een draagkracht van 700 euro (stap 2) en moeder 467 euro. Samen hebben beide ouders 1.167 euro draagkracht, wat ruim voldoende is voor de kinderbehoefte. Vader heeft (700/1.167)*100 = 60% van de draagkracht en moeder heeft de resterende 40% draagkracht. In deze verhouding van draagkracht gaan ze ook in de kinderbehoefte voorzien. Vader 60% van 930 euro, zijnde 558 euro en moeder de resterende 372 euro (40%).

Voorbeeld kinderalimentatie en zorgkorting bij co-ouderschap

Zorgkorting toepassen

Een deel van de kinderkosten ligt besloten in de normale huishoudkosten. Denk hierbij aan de extra slaapkamer, extra gas/ water/ licht, de dagelijkse boodschappen, uitjes, etc. Een ouder, die de dagelijkse zorg voor de kinderen op zich neemt, heeft deze extra kosten in zijn of haar eigen huishoudbudget. Juist daarom is de ‘zorgkorting’ bedacht. De zorgkorting staat gelijk aan deze extra kosten in de huishouding en mag van ieders aandeel in de kinderbehoefte worden afgetrokken. Voor co-ouderschap hebben beide ouders een zorgkorting van 35%.

Voorbeeld zorgkorting

Uitgaande van 930 euro kinderbehoefte, krijgt elke co-ouder dus 35% korting (lees, 325 euro). Deze korting van 325 euro wordt als het ware indirect aan de kinderen uitgegeven in de 3 tot 4 dagen per week dat ze bij vader/ moeder in huis wonen. De resterende 30% (280 euro) wordt bijvoorbeeld op een aparte kinderrekening. Aangezien vader 60% draagkracht heeft minus 35% zorgkorting, blijft er voor hem 25% over om maandelijks in te leggen op de kinderrekening. Moeder betaald de ontbrekende 5% (40% – 35%). Zie ook het bovenstaande schema.

Andere artikelen uit de serie: Co-ouderschap

De volgende artikelen gaan dieper in op bepaalde aspecten van co-ouderschap:

  1. Co-ouderschap – Wat zijn voor- en nadelen?
  2. Co-ouderschap – Welke belastingvoordelen?
  3. Co-ouderschap – Een gezamenlijke kinderrekening?

Voor ondersteuning bij een scheiding met kinderen kan een vrijblijvende afspraak worden maken. Ons primaire werkgebied is Nieuwegein, IJsselstein, Vianen, Houten en Utrecht. We maken graag tijd vrij voor een kennismaking.