Het berekenen van partneralimentatie lijkt redelijk complex. Hieronder vind je een eenvoudige uitleg in overzichtelijke stappen. Bij elke stap geef ik een voorbeeld. Waar zinvol heb ik de stap visueel gemaakt met een plaatje of een tabel.

Op deze manier is het voor iedereen mogelijk om te snappen hoe partneralimentatie wordt berekend. Ook kan je met deze uitleg, zelf een eerste inschatting maken van de hoogte ervan. Houd er wel rekening mee dat een ‘echte’ berekening wordt gemaakt met speciale rekensoftware. Dezelfde rekensoftware die ook bij de rechtbank wordt gebruikt. Deze software rekent volgens de officiële tremanormen.

Wijziging partneralimentatie 2020

Tenslotte wordt er uitgebreid ingegaan op de wijzigingen vanaf 2020. De maximale aftrek voor partneralimentatie gaat namelijk in stappen omlaag. Het kan zijn dat bestaande alimentatieafspraken van voor 2020 herberekend moeten worden.

Partneralimentatie in drie simpele stappen

Partneralimentatie - Scheiden - Mediation Soest, Amersfoort, Nieuwegein en Utrecht

Alles over partneralimentatie

In de volgende drie stappen wordt partneralimentatie berekend:

  1. Bepalen van de financiële behoefte van de minstverdienende. Oftewel hoeveel heeft iemand nodig om er niet op achteruit te gaan?
  2. Berekenen van de draagkracht van de meestverdienende. Oftewel hoeveel financiële ruimte houdt deze over, als zijn minimale maandelijkse lasten zijn voldaan?
  3. Vaststellen van de partneralimentatie. Oftewel hoeveel partneralimentatie moet de meestverdienende maandelijks overmaken aan de ander, rekening houdend met de behoefte, de draagkracht en zonder scheve verhoudingen?

Stap 1 – Financiële behoefte bepalen minstverdienende

Hoeveel heeft iemand nodig om er niet op achteruit te hoeven gaan? Om deze behoefte simpel vast te stellen, wordt uitgegaan van de zogenaamde Hof-formule. Deze Hof-formule zegt dat de behoefte 60% is van het netto gezinsinkomen minus de eventuele kinderkosten. De berekening gaat als volgt:

  1. bepaal het netto gezinsinkomen vlak voor de scheiding;
  2. trek daar de vastgestelde kinderkosten vanaf;
  3. neem hiervan 60%.

In de blog over kinderalimentatie wordt uitgelegd hoe het netto gezinsinkomen en de kinderkosten kunnen worden vastgesteld.

Een voorbeeld behoefteberekening volgens de Hof-formule

Stel dat jullie netto gezinsinkomen 4.500 euro bedraagt. De kinderkosten zijn via de NIBUD-tabel vastgesteld op 920 euro. De behoefteberekening voor partneralimentatie gaat nu als volgt:

  1. 4.500 euro netto gezinsinkomen -/- 920 euro kinderkosten;
  2. laat maandelijks 3.580 euro over voor jullie samen;
  3. 60% hiervan, zijnde 2.148 euro, is de totale behoefte van ieder apart.

Als jij nu de minstverdienende bent met een netto inkomen van 1.800 euro. Dan heb je dus 348 euro extra nodig om er niet op achteruit te hoeven gaan. Dit is jouw netto ‘behoefte’ aan partneralimentatie.

Stap 2 – Draagkrachtberekening meestverdienende

Bij de draagkrachtberekening wordt gekeken hoeveel inkomen de meest verdienende beschikbaar heeft om überhaupt te kunnen bijdragen aan partneralimentatie. Let wel, dit wordt berekend op basis van de situatie ná de scheiding. Hierbij wordt het toekomstige Kind Gebonden Budget (KGB) niet meegeteld (uitspraak van de Hoge Raad van 9 oktober 2015). Dit in tegenstelling tot de draagkrachtberekening voor de kinderalimentatie, waar het KGB wel wordt meegeteld.

Draagkrachtberekening in het kort

De draagkracht wordt berekend via de volgende zeven tussenstappen:

  1. Vaststellen van het bruto inkomen na de scheiding.
  2. Bepalen van de belastingen en toeslagen die na de scheiding gelden. Dit resulteert in het netto inkomen na de scheiding.
  3. Vaststellen van het zogenaamde draagkrachtloos inkomen. Dit is het inkomen wat je minimaal nodig hebt om te kunnen ‘overleven’.
  4. Berekenen van de draagkrachtruimte. Dit is simpelweg het netto inkomen minus het draagkrachtloos inkomen.
  5. Het berekenen van de draagkracht voor partneralimentatie, zijnde 60% van de draagkrachtruimte.
  6. Het hierop in mindering brengen van de kinderkosten die de meestverdienende ouder voor zijn of haar rekening neemt.
  7. Wat overblijft is de netto ruimte voor partneralimentatie. Aangezien je als alimentatieplichtige recht hebt op belastingaftrek, moet worden omgerekend naar het bruto bedrag.

Al deze zeven stappen worden hieronder nader toegelicht.

Vaststellen van het bruto inkomen na de scheiding

Scheiden financieel - mediation - Soest, Utrecht en Nieuwegein

Draagkracht op basis van het inkomen na de scheiding

Meestal is jullie inkomen na de scheiding gelijk aan het inkomen voor de scheiding. Soms besluit één van jullie om meer of juist minder te gaan werken. Dan wordt er altijd gerekend met het te verwachten nieuwe bruto inkomen.

Wil je exact weten welk inkomen meetelt bij een alimentatieberekening? Lees dan bijgaande blog “Welk inkomen telt mee bij alimentatie?“.

Bepalen van de belastingen en toeslagen die na de scheiding gelden

Na de scheiding en de verhuizing zijn jullie niet langer fiscaal partner. Hierdoor verandert er veel op het gebied van belasting. Meestal in jullie voordeel. Denk bijvoorbeeld aan:

  • Jullie hebben wellicht allebei recht op kindgebonden budget (KGB). Dit wordt echter bij de draagkrachtberekening voor partneralimentatie buiten beschouwing gelaten.
  • Er is soms voor beiden recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting.
  • Jullie komen wellicht nu wel in aanmerking voor huursubsidie.

Jullie netto inkomen is nu het bruto inkomen minus de verschuldigde belasting plus de fiscale toeslagen.

Vaststellen van het zogenaamde draagkrachtloos inkomen

Het draagkrachtloos inkomen is het minimale inkomen waarbij je net kunt ‘overleven’. Dit is gebaseerd op vier zaken: de bijstandsnorm, de werkelijke lasten voor woning en ziektekosten en overige noodzakelijke kosten. De laatste drie zaken zul je dus moeten aanleveren voor het berekenen van partneralimentatie. Hieronder worden alle vier aspecten kort toegelicht:

Bijstandsnorm voor draagkrachtloos inkomen

De bijstandsnorm is zoals de naam als zegt afgeleid van de hoogte van de bijstandsuitkering. Deze bijstandsnorm wordt elk jaar opnieuw vastgesteld en wel als volgt:

  • Hoogte bijstandsuitkering
  • Minus het aandeel hierin voor woonlasten, zijnde 230 euro in 2020 (er wordt immers voor partneralimentatie gerekend met de werkelijke woonlasten en niet met die op bijstandsniveau)
  • Minus het aandeel hierin voor de ziektekosten, zijnde 33 euro in 2020 (ook hier wordt gerekend met de werkelijke ziektekosten en niet met die op bijstandsniveau)

Voor 2020 is de bijstandsnorm voor partneralimentatie vastgesteld op een bedrag van 1.052 euro per maand.

Werkelijke woonlasten voor partneralimentatie

Scheiden en woning, koophuis, huurhuis, Echtscheidings mediation | Soest, Utrecht en Nieuwegein-

Er wordt gerekend met de werkelijke woonlast

Bij partneralimentatie wordt uitgegaan van de werkelijke woonlasten. Dus niet van de woonlasten, die zijn te verwachten bij iemand in de bijstand. Wel moeten de werkelijke woonlasten reëel zijn en passen bij het inkomen.

Mocht je inmiddels alweer samenwonen met een andere partner, dan worden de woonlasten gedeeld. Er wordt dan dus gerekend met de helft van jullie werkelijke woonlasten.

Werkelijke ziektekosten

Bij partneralimentatie wordt ook gerekend met de werkelijke ziektekosten. Dit is een optelsom van de volgende zaken:

  • Premies van de basis en aanvullende verzekering
  • Het eventuele eigen risico wat gebruikt wordt
  • Aanvullende ziektekosten, die niet verzekerd zijn

Overige noodzakelijke kosten voor partneralimentatie

Er is een beperkte lijst met overige kosten die mee worden geteld in het draagkrachtloos inkomen. Dit worden ook wel ‘noodzakelijke kosten’ genoemd. De volgende kosten mogen worden meegenomen:

  • Als je zelfstandige bent, dan kunnen de betaalde premies voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering en oudedagsvoorziening worden opgevoerd, onder aftrek van het belastingvoordeel.
  • De kosten van kinderopvang mag je opvoeren, mits dat niet is meegenomen in de berekening van de kinderkosten. En wel voor kinderopvang die noodzakelijk is om jouw inkomen te verwerven. De eventueel ontvangen kinderopvangtoeslag trek je hier weer vanaf.
  • Reiskosten voor het woon-werkverkeer minus de werkgeversvergoeding hiervoor.
  • Rente en aflossing van schulden die tijdens het huwelijk zijn ontstaan. Een mooi voorbeeld hiervan is de restschuld voor de voormalige woning. De rente en aflossing hiervan mag je dus optellen bij het draagkrachtloos inkomen.
  • Ook studiekosten mogen worden opgevoerd, mits noodzakelijk voor de verwerving van het inkomen en alleen dat deel wat niet vergoed wordt door de werkgever.
  • Herinrichtingskosten, mits aan de volgende drie voorwaarden wordt voldaan:
    1. De inboedel blijft (bijna) geheel bij de ander
    2. Je hebt bewijs van de herinrichtingskosten
    3. Jullie hebben beide geen spaargeld

In dat geval kun je gedurende 5 jaar een bedrag van 125 euro per maand aan herinrichtingskosten opvoeren.

  • Overige kosten zoals bijvoorbeeld advocaatkosten tot een maximum van 114 euro per maand gedurende één jaar.

Wederom een voorbeeld

Stel, je hebt een netto inkomen na de scheiding van 2.800 euro per maand (exclusief KGB). De bijstandsnorm is vastgesteld op 1.052 euro. Je netto woonlasten zijn 840 euro per maand en je ziektekosten  bedragen 164 euro per maand. Je hebt verder geen noodzakelijke kosten.

Jouw draagkrachtloos inkomen wordt nu als volgt berekend:

  1. Neem de bijstandsnorm van 1.052 euro.
  2. Plus de werkelijke woonlasten van 840 minus het aandeel woonlasten in de bijstandsnorm, zijnde 230 euro, maakt 610 euro woonlasten.
  3. Tel daarbij op de ziektekosten van 164 euro minus het aandeel ziektekosten in de bijstandsnorm, zijnde 33 euro, maakt 131 euro ziektekosten.
  4. Het draagkrachtloos inkomen komt daarmee uit op 1.793 euro (1.052 + 610 + 131).

Berekenen van de draagkrachtruimte en draagkracht

Vanaf nu is het heel simpel. Het verschil tussen het netto inkomen na de scheiding en het draagkrachtloos inkomen, levert de zogenaamde draagkrachtruimte op. Van deze draagkrachtruimte is 60% beschikbaar voor partneralimentatie en 40% voor jouzelf. Deze 60% wordt ook wel de draagkracht genoemd, maar hier wordt eerst nog vaders aandeel in de kinderkosten van afgetrokken.

We vervolgen het voorbeeld

Als vader heb je na de scheiding dus een inkomen van 2.800 euro netto (exclusief KGB). Het draagkrachtloos inkomen is 1.793 euro. Dit heb je minimaal nodig om zelf rond te kunnen komen. Stel nu dat je als vader maandelijks 422 euro moet bijdragen aan de kinderkosten. Namelijk 270 euro zorgkorting en 152 euro bijdrage op de gezamenlijke kinderrekening.

Jouw draagkracht voor partneralimentatie wordt nu als volgt berekend:

  • Netto inkomen van 2.800 euro
  • Minus het draagkrachtloos inkomen van 1.793 euro
  • Levert een draagkrachtruimte op van 1.007 euro
  • De draagkracht voor alimentatie is 60% hiervan en komt neer op 604 euro
  • Minus de toebedeeld kinderkosten van in totaal 422 euro
  • Laat over een draagkracht voor partneralimentatie over van netto 182 euro

Bruteren van partneralimentatie (wijzigt vanaf 2020)

Tot nu toe heb je kunnen lezen hoe de netto draagkracht voor partneralimentatie wordt berekend. Dit netto bedrag moet nu alleen nog gebruteerd worden. Als alimentatieplichtige heb je immers recht op belastingaftrek. Vanaf 2020 komt er een wijziging in de schijven voor inkomstenbelasting en ook in de maximale aftrek van partneralimentatie. Daarom staan we hier iets uitgebreider bij stil.

Aftrekbaarheid partneralimentatie vanaf 2020

Allereerst laat onderstaande tabel zien hoe de schijven van inkomstenbelasting vanaf 2020 gaan veranderen. Er vindt een overgang plaats van drie naar twee schijven en de hoogste belastingschijf gaat omlaag.

Jaar Max 20.711 euro inkomen Max 68.507 euro inkomen Inkomen boven 68.507 euro
2019 36,65 % 38,10 % 51,75 %
2020 37,35 % 49,50 %
2021 37,10 % 49,50 %

Veel belangrijker nog, is het feit dat de aftrekbaarheid van partneralimentatie vanaf 2020 zal worden gemaximeerd. Stel dat je in 2019 een hoog inkomen had van boven de 68.507 euro. Hierdoor kon je de partneralimentatie aftrekken van de inkomstenbelasting tegen 51,75%. Vanaf 2020 wordt deze aftrek gemaximeerd volgens onderstaande tabel.

Jaar Maximale aftrek partneralimentatie
2019 51,75%
2020 46%
2021 43%
2022 40%
2023 37%

Even terug naar het voorbeeld

In ons voorbeeld van net is de netto draagkracht voor partneralimentatie vastgesteld op 182 euro. Dit bedrag moet dus nu alleen nog gebruteerd worden. Stel dat de alimentatieplichtige in dit geval een hoog inkomen heeft van ruim 90.000 euro. Hij valt daarmee in de hoogste belastingschijf. De 182 euro netto komt voor hem in 2019 neer op bruto 377 euro (182 / (100% -/- 51,75%).

De alimentatieplichtige betaalt dus 377 euro bruto per maand en mag dit bedrag aftrekken van de inkomstenbelasting. Hieronder zie je wat deze alimentatieplichtige per jaar bruto aan alimentatie zal betalen, als de maximale aftrek omlaag gaat.

Jaar Maximale aftrek Bruto voorbeeldbedrag per jaar
2019 51,75% 4.524 euro
2020 46% 4.044 euro
2021 43% 3.832 euro
2022 40% 3.640 euro
2023 37% 3.467 euro

Herberekening van bestaande afspraken noodzakelijk?

Wat in bovenstaande tabel vooral opvalt is dat het bruto bedrag elk jaar minder wordt mom op hetzelfde netto bedrag uit te komen. Dit is een gevolg van de verlaging van de maximale aftrek. Concreet betekent dit ook dat mensen met een hoog inkomen en met afspraken over partneralimentatie van 2019 of daarvoor, vanaf 2020 minder bruto zouden moeten gaan betalen. De ontvanger houdt dan echter wel minder netto over. Een herberekening kan dus zinvol zijn.

Stap 3 – Partneralimentatie bepalen

Vanaf nu is het allemaal vrij simpel. We hebben immers de behoefte van de minstverdienende bepaald (stap 1). Dit is het bedrag wat nodig is om er niet op achteruit te gaan na de scheiding. Verder hebben we de draagkracht van de meestverdienende bepaald (stap 2). Er ontbreekt nog één ding en dat is de jusvergelijking.

Wat is de jusvergelijking?

De jusvergelijking rekent het bedrag uit aan partneralimentatie, waarbij jullie het beide financieel even goed hebben. Jullie hebben als het ware beide evenveel ‘jus’ over de aardappels. De jusvergelijking is bedacht om te voorkomen dat de alimentatiebetaler het financieel minder goed heeft dan de alimentatieontvanger. Dat kan namelijk nooit de bedoeling zijn. De jusvergelijking wordt automatisch berekend in de alimentatierekensoftware.

Voorbeeld met draagkracht als laagste

Het resultaat van de alimentatieberekening zou er als volgt uit kunnen zien.

Alimentatie vergelijking Per maand Per jaar
Maximale alimentatie volgens draagkracht 400 euro 4.800 euro
Maximale alimentatie volgens behoefte 800 euro 9.600 euro
Maximale alimentatie volgens jusvergelijking 600 euro 7.200 euro
Toegepaste alimentatie 400 euro 4.800 euro

In dit voorbeeld is de draagkracht het laagst en wordt dus de alimentatie vastgesteld op het bedrag van de draagkracht, ook al is de behoefte groter. Er is domweg niet meer beschikbaar bij de alimentatiebetaler.

Voorbeeld met behoefte als laagste

Het resultaat zou er nu als volgt uit kunnen zien.

Alimentatie vergelijking Per maand Per jaar
Maximale alimentatie volgens draagkracht 400 euro 4.800 euro
Maximale alimentatie volgens behoefte 300 euro 3.600 euro
Maximale alimentatie volgens jusvergelijking 380 euro 4.560 euro
Toegepaste alimentatie 300 euro 3.600 euro

In dit voorbeeld is de behoefte het laagst en wordt dus de alimentatie vastgesteld op het bedrag van de behoeft, ook al is de draagkracht groter. Er is wel meer beschikbaar, maar bij het bedrag van 300 euro gaat de alimentatieontvanger er na de scheiding niet op achteruit. Dat is voldoende.

Voorbeeld met jusvergelijking als laagste

Het resultaat van de alimentatieberekening zou er deze keer als volgt uit kunnen zien.

Alimentatie vergelijking Per maand Per jaar
Maximale alimentatie volgens draagkracht 400 euro 4.800 euro
Maximale alimentatie volgens behoefte 800 euro 9.600 euro
Maximale alimentatie volgens jusvergelijking 380 euro 4.560 euro
Toegepaste alimentatie 380 euro 4.560 euro

In dit voorbeeld is de jusvergelijking het laagst en wordt dus de alimentatie vastgesteld op het bedrag van de jusvergelijking, ook al is de behoefte en de draagkracht groter. Het is namelijk niet de bedoeling dat de betaler van alimentatie het financieel minder goed heeft dan de ontvanger. Met deze toegepaste alimentatie hebben ze het beide even goed.

Partneralimentatie – de overige afspraken

Hierboven is met name de rekenwijze uitgelegd.  Hieronder wordt ingegaan op alle aanvullende afspraken die gemaakt dienen te worden over de eventuele partneralimentatie.

Hoogte van het bedrag en indexatie

Wordt er überhaupt partneralimentatie afgesproken en hoeveel? Het bedrag wat jullie afspreken mag afwijken van het bedrag uit de berekening. Ook mogen partners er helemaal van afzien. Bijvoorbeeld omdat jullie allebei voldoende verdienen om zelf rond te kunnen komen. Houdt hierbij wel rekening met het feit dat als één van jullie beide in de bijstand terechtkomt, de gemeente alsnog de alimentatie kan verhalen op de ander. Tenslotte is het goed te weten, dat de hoogte van de partneralimentatie jaarlijks wordt geïndexeerd en dus langzaam stijgt.

Hoe lang betaal je alimentatie?

Per 1 januari 2020 is de duur van de partneralimentatie korter. De duur van de partneralimentatie bedraagt dan de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaar. Hiermee is de maximale duur van de partneralimentatie verkort van 12 naar 5 jaar. Deze regeling van partneralimentatie zal alleen van toepassing zijn op alimentatieafspraken gemaakt na 2019.

Er zijn twee uitzonderingen (zie ook bijgaande beslisboom van de SDU), waarbij de duur langer kan zijn dan de maximale vijf jaar:

Duur partneralimentatie beslisboom - Scheiden - Mediation Soest, Nieuwegein en Utrecht

Beslisboom partneralimentatie

  1. Stellen die langer dan 15 getrouwd zijn en waarbij de alimentatiegerechtigde 50 jaar of ouder is. Voor hen geldt een alimentatieduur van tien jaar of zoveel eerder de AOW-leeftijd wordt bereikt.
  2. Mensen met jonge kinderen. Zij houden recht op alimentatie totdat het jongste kind twaalf jaar is.

Bij beide uitzonderingen geldt altijd het volgende:

  • Het wordt door de uitzondering nooit minder lang dan de standaard regeling van de helft van de duur van het huwelijk, met een maximum van vijf jaar;
  • Als beide uitzonderingen van toepassing zijn, dan geldt de uitzondering die de langste termijn oplevert.

Ook hier geldt overigens dat jullie onderling een andere termijn kunnen afspreken. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om af te spreken dat jullie het bedrag van de alimentatie jaarlijks met 20% verlagen en zo afbouwen in vijf jaar tijd.

Wat gebeurt er bij samenwonen met een nieuwe partner?

Bij een nieuw huwelijk of geregistreerd partnerschap vervalt het recht op partneralimentatie. Bij samenwonen ligt dat wat genuanceerder. Immers, wanneer woon je formeel samen? Een behoorlijk grijs en lastig te bewijzen gebied.

Om hier praktisch mee om te gaan, spreken veel mensen het volgende af. Diegene die alimentatie ontvangt mag één keer ‘uitproberen’ om samen te wonen. Wordt de samenwoning binnen 12 maanden beëindigd, dan hervat de alimentatie weer. Alleen als het langer duurt, dan vervalt de alimentatie definitief. Door deze constructie wordt samenwonen beter bespreekbaar.

Gerelateerde onderwerpen

De volgende onderwerpen zijn gerelateerd en wellicht interessant om ook te lezen:

Vragen of hulp nodig?

Voor vragen of hulp bij een scheiding of het berekenen van kinderalimentatie kan een vrijblijvende afspraak worden gemaakt. Ik werk als mediator en maak graag tijd vrij voor een vrijblijvend adviesgesprek. In de regio Utrecht zijn er twee gesprekslocaties beschikbaar, te weten Soest en Nieuwegein.

Locaties: Soest, Nieuwegein of bij u thuis

Jullie zijn welkom in de praktijkruimte in Soest of Nieuwegein. Vrij parkeren voor de deur. Binnen het werkgebied Utrecht, kom ik desgewenst ook aan huis. Dit werkgebied omvat de volgende plaatsen: Amersfoort, Baarn, Bilthoven, Blaricum, Bosch en Duin, Bunnik, Bussum, De Bilt, Den Dolder, Driebergen, Eemnes, Groenekan, Hilversum, Houten, Huis ter Heide, IJsselstein, Lage Vuursche, Laren, Nieuwegein, Maarssen, Maartensdijk, Soest, Soesterberg, Utrecht, Vianen en Zeist.